The Native Circle.

Mitayue Oyasin.

'Berenjong' legde de maïskolf tegen het rek dat naast de heilige offerplaats was opgezet. Dit rek was een klein model van een rek waarop bizonvlees werd gedroogd. Nu was het een droogrek voor maïs, aangezien de maïs voor de Ri net zo belangrijk was als de bizon voor de Sioux. 'Berenjong' brak een maïskolf van de stengel en terwijl hij deze aan de Ri overhandigde, zei hij: "Het is de wens van 'Wakan-Tanka' dat deze maïs naar jou terugkeert. Op deze wijze zullen wij vrede stichten en een verwantschap aangaan die een voorbeeld zal zijn voor alle volkeren. We hebben het vaak gehad over de twaalf Krachten van het universum. We zullen deze twaalf Krachten tezamen met de Sioux en de Ri tot één geheel verbinden. Daartoe moeten de Ri de Sioux bezingen. Ik zal mijn volk vertegenwoordigen en jouw leider zal jullie volk vertegenwoordigen. Omdat wij verwanten van elkaar worden, zullen deze twee volkeren één worden en in vrede leven. In het verleden waren de tweevoeters die 'Wakan-Tanka' op dit eiland heeft neergezet vijanden van elkaar, maar door dit ritueel zal er vrede komen en zullen in de toekomst ook andere volkeren van dit eiland als verwanten met elkaar kunnen omgaan. Jullie Ri moeten nu doen alsof jullie tegen ons op het oorlogspad zijn. Jullie moeten erop uit trekken en op verkenning gaan, terwijl jullie krijgsliederen zingen." Met maïskolven in hun rechterhand en stengels in hun linkerhand deden de Ri toen net alsof ze naar hun vroegere vijand, de Sioux, speurden. Terwijl ze hun krijgsliederen zongen, zwaaiden ze met de maïsstengels heen en weer. Deze beweging is uiterst 'Wakan', (heilig) aangezien zij een weergave is van de maïs waardoor de adem van de Grote Geest blaast. Als het waait, valt het stuifmeel immers uit de pluim op de zijdeachtige liezen rondom de kolf, waardoor de bloesems vrucht dragen en rijpen. Zo kun je dus begrijpen dat de verwantschap die hier aan de hand van de maïs wordt geschetst dezelfde is als de band die hier tussen deze twee volkeren wordt aangegaan.

Terwijl de Ri net deden alsof ze op zoek waren naar hun vijand, de Sioux, liep het volk te hoop om toe te kijken. Iedereen was verheugd, want men begreep wat hier gebeurde. Kort daarop stonden de Ri voor de tipi waarin 'Berenjong' en de vier andere Sioux zaten. Het opperhoofd der Ri sprak toen zijn dappere krijgers toe. "Wie van jullie heeft de eerste slag uitgedeeld op het oorlogspad? Hij moet deze tipi nu een eerste slag toebrengen, naar binnen gaan en 'Berenjong' gevangen nemen. Daarna zullen we de anderen grijpen. Eerst moet je ons echter verslag doen van je grootse daden op het oorlogspad." De uitverkoren Ri begon zijn heldendaden breed uit te meten en na elke zin riep het volk "Hi ho! Hi ho!", terwijl de vrouwen schrille vreugdetrillers aanhieven. Toen hij zijn verhaal had gedaan, bestormde de Ri de tipi om die een eerste slag toe te brengen. Vervolgens drong hij naar binnen om 'Berenjong' naar buiten te sleuren, terwijl de overige Ri de andere vier Sioux gevangen namen. Hoewel de Ri nog steeds krijgsliederen zongen, waren de leden van beide volkeren vervuld van vreugde, en gaven hier uiting aan door elkaar voedsel, kleding en zelfs paarden ten geschenke te geven. Toen werd een stoet geformeerd. Deze werd aangevoerd door de Ri die nog steeds met de maïsstengels heen en weer zwaaiden. Daarachter volgden de vijf gevangen genomen Sioux, onder wie een Lakota vrouw, een klein jongetje en een meisje. Zij vertegenwoordigden het gehele volk. De Ri droegen de kinderen op hun schouders. De rij werd gesloten door de zangers, trommelaars en alle andere leden van beide volkeren die hadden toegekeken.

De stoet hield vier keer stil, en iedere keer dat er werd halt gehouden, huilden de mensen als prairiewolven, naar het voorbeeld van krijgers die van het oorlogspad terugkeren. Spoedig bereikten zij de heilige tipi die in het midden van het kamp in gereedheid was gebracht. De gevangen genomen Sioux werden naar de bedden aan de westkant van de tipi geleid. Daar lagen tal van geschenken op­ gestapeld die de Ri aan de Sioux wilden geven. De helpers deden de bizonvachten af en hielden die voor de vijf Sioux en het Ri-opperhoofd. Dit wordt ook wel het verbergen van de 'Hunkas' (verwanten) genoemd. Toen verdwenen een Ri-krijger en een Ri-vrouw achter de bizonvachten om de gezichten der Sioux te beschilderen. De vrouw verfde de gezichten van de Sioux-vrouw en van het Sioux-meisje rood, en de Ri-krijger verfde de gezichten van de Lakota-mannen en van de jongen rood met een blauwe cirkel rond het gezicht en blauwe strepen op voorhoofd, jukbeenderen en kin. Tijdens het verven zwaaiden de andere Ri nog steeds met de maïsstengels en bleven hun heilige liederen zingen.

De adelaarsveren werden uit de maïskolven getrokken en in het haar van de Sioux gestoken. Ondertussen werd de bizonschedel rood geverfd, waarbij de vier Krachten met vier strepen werden aangeduid. In de oogkassen en de neusholte van de schedel werd salie gestopt. Daarna werd de schedel met het neusbeen naar het oosten op een hoopje aarde gezet. Dit hoopje was gemaakt van op de heilige plek losgewoelde aarde. Toen werden de bizonvachten weggenomen, zodat iedereen de beschilderde Sioux kon zien. Misschien moet ik uitleggen wat dit betekent. Door de aangebrachte beschildering zijn deze mensen veranderd. Ze zijn herboren en hebben daarmee nieuwe verantwoordelijkheden en plichten gekregen. Er is een nieuwe verwantschapsband ontstaan. Deze gedaanteverwisseling is zo heilig dat zij plaats dient te vin­ den in het duister, onttrokken aan het zicht van het volk. Wanneer de bizon vachten worden weggehaald, komen zij gezuiverd te voor­ schijn en bevrijd van de ketenen der onwetendheid. Alle problemen uit het verleden zijn vergeten. Zij zijn één geworden met de Ri. De verwantschap is bezegeld; zij zijn 'Hunka', (verwant) geworden.

Zwaaiend met hun maïsstengels zongen de Ri vervolgens een lied: "Zij zijn nu allen verwant, Zij zijn allen verwanten!" Telkens wanneer ze zich naar een van de vier windstreken wend­den, zongen ze: "O gij, Kracht die vertoeft waar de zon ondergaat, Gij zijt een bloedverwant! O gij, Kracht van de Plek waar de reus leeft, Gij zijt een bloedverwant! O gij, Kracht die vertoeft waar de zon opkomt, Gij zijt een bloedverwant! O gij, Kracht van de Plek waar we altijd op uitkijken, Gij zijt een bloedverwant!"  Vervolgens keken ze omhoog naar de hemel en zongen: "De hemel is onze bloedverwant!"  Terwijl ze voorover bogen naar de aarde en de bizon, zongen ze: "De aarde is onze bloedverwant!" Tenslotte zwaaiden ze met de maïsstengels boven de hoofden van de vijf Sioux en zongen: "Deze vijf zijn onze verwanten, Wij zijn allemaal verwant, Wij zijn allen één!" Toen stond 'Berenjong' op om de pijp van het rek te pakken. Terwijl hij in het midden van de tipi stond, hief hij al biddend zijn rechterhand op. De pijp hield hij met zijn linkerhand omhoog. "0 'Wakan-Tanka', ik hef mijn hand op naar u. Op deze dag zijt gij ons zeer nabij. Ik bied u deze pijp aan. Ook aan u, 0 Gevleugelde Kracht waar de zon ondergaat, bieden wij deze pijp aan. Op deze heilige dag hebben wij alles wat gewijd is in het universum verenigd. Op deze dag is er ware verwantschap ontstaan. Op deze dag is er een belangrijke vrede gesticht. 0 Grootvader, 'Wakan-Tanka', gij hebt ons onderricht in uw wil en die hebben wij hier op deze aarde ten uitvoer gebracht. Moge deze vrede en deze verwantschap eeuwig duren en mogen zij door geen enkele persoon of omstandigheid te­ niet worden gedaan. Het is nu bijna voltooid. Er zal vrede heersen en deze volkeren zullen gezamenlijk het ene pad bewandelen dat rood en heilig is."

'Berenjong' wendde zich daarna tot het volk en sprak: "Nu is het ritueel bijna ten einde, want we zijn nu met elkaar verbonden. Wij zijn één! 0 jullie Ri, jullie zullen opnieuw kunnen beschikken over de maïs die jullie koesterden en kwijtraakten!" Vervolgens ging er een luid gejuich op en slaakten de vrouwen vreugdetrillers. Opnieuw werd er een lied ingezet en de twee Ri met de maïsstengels dansten naar de uitgang van de tipi aan de oostkant. Vijf keer bestormden zij de vijf Sioux, waarna het zwaaien met de stengels en het dansen werd gestaakt. u werden grote hoeveelheden voedsel de tipi binnengebracht en terwijl het Ri-opperhoofd stukken gedroogd bizonvlees boven de rook van sweetgrass zuiverde, zei hij: "0 'Wakan-Tanka', aanschouw mij en wees mij genadig! Dit vlees is de 'Hoksichankiya'. (de wortel of het zaad) Het zal naar jullie mond worden gebracht om jullie lichaam en jullie ziel te vormen die de Grote Geest jullie in al zijn goedheid heeft gegeven. Zoals hij jullie genadig is, moeten jullie ook anderen genadig zijn!"

Dit zei het Ri-opperhoofd toen hij het heilige vlees in de monden stopte van de vier Sioux die met 'Berenjong' waren meegevoerd. Toen gingen hij en 'Berenjong' in het midden van de tipi tegenover elkaar zitten. 'Berenjong' had de bizon schedel en de pijp voor zich liggen en het Ri-opperhoofd de maïskolf en de vier maïsstengels. De Ri-opperhoofd pakte toen een stuk bizonvlees op en nadat hij dit in de rook van zoet gras had gezuiverd, hield hij het voor 'Berenjong' omhoog en zei: "Ho, zoon! Ik zal jouw vader zijn. Op deze dag, die aan 'Wakan-Tanka' toebehoort, heeft hij onze gezichten gezien. De dageraad van deze dag heeft ons gezien en onze Grootmoeder, de aarde, heeft naar ons geluisterd. We zijn hier in het middelpunt met de vier Krachten van het universum. Ik zal dit vlees in jouw mond stoppen en vanaf deze dag zul jij mijn huis nooit meer vrezen, want mijn huis is jouw huis en jij bent mijn zoon!" Het opperhoofd stopte het vlees in de mond van 'Berenjong' en hierop gaf het Ri-volk luidruchtig uiting aan zijn dankbare blijdschap, want door deze handeling waren de twee volkeren één geworden.

Toen nam 'Berenjong' op zijn beurt een stuk vlees, en terwijl hij dit voor het Ri-opperhoofd omhoog hield, sprak hij tot hem. "Ho, Vader! Op deze dag hebben wij de wil van de Grote Geest ten uitvoer gebracht, want wij hebben niet alleen met elkaar en met de Krachten van het universum, maar ook met onszelf vrede gesloten en de verwantschap bestendigd. De dageraad heeft ons zeker gezien, terwijl bovendien de bizon, de bron van ons aardse leven en de bewaker van het volk, ons de hele dag heeft bijgestaan. Daarnaast was onze heilige pijp bij ons, die ons volk voedsel voor de ziel geeft, en niet te vergeten jullie heilige maïs, die ons heeft geholpen vrede te stichten en verwantschapsbanden aan te gaan. Ik zal dit voedsel in jouw mond leggen, opdat je mijn huis nooit zal vrezen, aangezien het ook jouw huis is. Moge 'Wakan-Tanka' ons hiermee zijn barmhartigheid tonen." 'Berenjong' legde het vlees in de mond van het Ri-opperhoofd, waarna alle Sioux juichten en hun dankbaarheid toonden.

Toen nam 'Berenjong' zijn pijp, stak hem op, en bood hem de aan zes richtingen aan. Nadat hij vier trekjes had genomen, gaf hij de pijp door aan de Ri met de woorden: "Ho, vader! Aanvaard deze pijp en breng hem met een oprecht hart naar je mond." De Ri nam de heilige pijp aan, bood hem aan de zes richtingen aan, en nadat hij vier trekjes had genomen, gaf hij hem door aan het volk. Alle Ri en Sioux rookten de pijp gezamenlijk op en zelfs nadat hij was uitgegaan, brachten zij hem nog naar hun mond en omklemden hem innig. Terwijl de pijp rondging onder het volk, sprak het Ri-opperhoofd tegen 'Berenjong'. "Ho, zoon! Jij hebt ons de maïs teruggegeven die we van 'Wakan-Tanka' hebben gekregen, maar die jij ons afnam vanwege een visioen dat je hebt gehad. Omdat wij onze maïs terug wilden, zijn wij gekomen om jullie vrede aan te bieden. Jullie hebben ons echter meer gegeven door hier vandaag verwantschapsbanden met ons aan te knopen. Om ons nog nauwer met elkaar te verbinden, geef ik jullie een deel van de maïs terug en sta ik jullie toe deze bij jullie rituelen te gebruiken. Ook jullie mogen de maïs nu als heilig beschouwen, zoals wij dat doen."

Iedereen was verheugd over deze ingrijpende gebeurtenis en er werd tot diep in de nacht feest gevierd. Ik wil hier vermelden dat er door dit ritueel een drieledige vrede werd gesloten. De eerste en tevens belangrijkste vrede is degene die wordt gesticht in de ziel van de mensen, als zij zich bewust worden van hun verwantschap, van de eenheid die zij vormen met het universum en al zijn Krachten. En wanneer zij inzien dat het 'Wakan-Tanka' is, die in het middelpunt van het universum verblijft, en dat dit middelpunt feitelijk overal is, ook in ieder van ons. Dit is de ware vrede en de andere vredes zijn hiervan flauwe afspiegelingen. De tweede vrede is degene die wordt gesloten tussen twee men­sen, en de derde is degene die tussen twee volkeren. Bovenal dient men echter te beseffen dat (zoals ik reeds zei) vrede tussen volkeren ondenkbaar is zolang de mens geen ware vrede in zijn ziel kent.


Klik op de afbeelding om naar onze dochter website "Kracht- en Totemdieren" te gaan:

Mitakuye Oyasin.

(We are all related)