The Native Circle.

Mitayue Oyasin.

Er worden drie paarden gebracht. Twee daarvan dragen de bundels offerstokken en bundels heilige salie, terwijl de weeklager het derde paard bestijgt. Hij jammert erbarmelijk en houdt de pijp voor zich uit. Wanneer zij bij de voet van de uitverkoren berg aankomen, gaan de twee helpers vooruit met alle benodigdheden om op de bergtop alvast een heilige plek in gereedheid te brengen. Bij de top vinden zij de goede plaats en betreden die vanaf de zijde die van hun eigen tentenkamp is afgekeerd. Ze lopen direct naar het midden, leggen alle benodigdheden neer en graven dan een gat, waarin ze wat 'Kinnikinnick' (tabak) leggen. In dat gat steken ze een lange stok, waaraan offergaven zijn bevestigd. Dit is het middelpunt van de heilige plek. Een van de helpers loopt nu tien grote passen naar het Westen, steekt hier op dezelfde wijze een stok in de grond, en knoopt er offergaven aan vast. Dan loopt hij terug naar het midden, waar hij een andere stok pakt die hij in het Noorden plaatst. Opnieuw keert hij terug naar het midden, waarna hij op dezelfde wijze stokken in het Oosten en Zuiden plaatst. Inmiddels heeft de andere helper in het midden een bed van salie gemaakt, waarop de weeklager kan rusten als hij vermoeid is, zijn hoofd geleund tegen de paal in het midden, zijn voeten wijzend naar het Oosten. Wanneer alles in gereedheid is gebracht, verlaten de helpers de heilige plek via het noordelijke pad en keren zij terug naar de weeklager aan de voet van de berg. De weeklager doet nu zijn mocassins uit en legt zelfs zijn lendendoek af, want als we oprecht om een visioen willen smeken, dienen we ons te ontdoen van wereldse zaken. Vervolgens loopt hij alleen naar de top van de berg, terwijl hij de pijp nog steeds voor zich uit houdt. Het enige dat hij verder bij zich draagt is de bizonvacht die hij 's nachts zal gebruiken. Tijdens het lopen smeekt hij onafgebroken: "O 'Wakan-Tanka' onshimala ye oyate wani wachin cha!" (0 Grote Geest, wees mij genadig, opdat mijn volk zal leven!)

Bij het betreden van de heilige plek loopt de weeklager direct door naar de paal in het midden, waar hij zijn gezicht naar het Westen wendt, met beide handen de pijp opheft en zijn smeekbede voortzet: "0 'Wakan-Tanka', wees mij genadig, opdat mijn volk zal leven!" Daarna loopt hij heel langzaam naar de paal in het Westen, waar hij hetzelfde gebed uitspreekt en terugkeert naar het midden. Op dezelfde manier loopt hij naar de palen in het Noorden, Oosten en Zuiden, waarbij hij steeds naar het midden terugkeert. Telkens wanneer hij zo'n ommegang voltooid heeft, heft hij zijn pijp ten hemel en vraagt hij de gevleugelde en alle dingen om steun. Daarna wijst hij met de steel van de pijp naar de aarde en roept hij de hulp in van alles wat er op onze Moeder groeit. Dit neemt weinig tijd om te vertellen, maar de weeklager dient alles langzaam en op gewijde wijze te verrichten, zodat één ommegang ten minste een uur en soms wel twee in beslag neemt. De weeklager mag zich slechts kruisgewijs over de heilige plek voortbewegen, maar het is hem wel toegestaan om zolang hij wil op elk gewenst moment stil te blijven staan. De hele dag is hij met niets anders bezig, onderwijl onafgebroken biddend. Soms hardop en soms zachtjes in zichzelf, want de Grote Geest is overal. Hij hoort alles wat zich roert in onze geest en in ons hart, en daarom is het niet nodig hem met luide stem aan te roepen. De weeklager hoeft niet voortdurend het gebed op te zeggen dat ik eerder heb vermeld. Hij kan ook zwijgen en zijn volledige aandacht richten op 'Wakan-Tanka' of een van zijn Krachten. Hij dient er voortdurend voor te waken dat hij niet wordt afgeleid door andere gedachten, tevens moet hij alert zijn op mogelijke boodschappers van 'Wakan-Tanka'. Deze boodschappers verschijnen vaak in de gedaante van een dier, zelfs al zijn ze zo klein en schijnbaar onbeduidend als een mier. Er zou een gevlekte adelaar uit het Westen naar hem toe kunnen komen, of een zwarte adelaar uit het Noorden, of een kaalhoofdige adelaar uit het Oosten. Er zou zelfs een roodhoofdige specht uit het Zuiden kunnen verschijnen. Het is zeer goed mogelijk dat deze dieren niet meteen het woord tot hem richten, maar ze zijn belangrijk en dienen hoe dan ook met zorg aanschouwd te worden.

De weeklager moet bovendien goed opletten of wellicht kleine vogeltjes, dan wel eekhoorntjes zich op de heilige plek vertonen. Aanvankelijk kunnen deze dieren en gevleugelde volkeren schuw zijn, maar al snel worden ze tam. De vogels zullen op de stokken komen zitten en er kunnen zelfs kleine mieren en wormen over de pijp kruipen. Al deze volkeren zijn belangrijk, want zij zijn elk op hun eigen manier wijs en kunnen ons tweevoeters veel leren als wij ons nederig tegenover hen opstellen. De belangrijkste schepsels zijn evenwel de gevleugelde, want zij komen het dichtst bij de hemel en zijn niet aan de aarde gebonden zoals de viervoeters of de kleine, kruipende volkjes dat zijn. Het is. misschien goed er hier op te wijzen dat het geen toeval is dat wij mensen samen met de gevleugelde de enige tweevoeters zijn. De vogels zijn in staat de aarde te verlaten dankzij hun vleugels, en ook wij mensen kunnen ons losmaken van deze wereld. Niet met vleugels, maar met onze geest. Zo kunt u tot op zekere hoogte begrijpen waarom alle schepselen voor ons belangrijk en heilig zijn, want alles heeft immers een 'Wochangi' (invloed) die ons inzicht beetje bij beetje kan doen toenemen als we oplettend blijven. De hele dag smeekt de weeklager 'Wakan-Tanka' om hulp en bewandelt hij op de door mij beschreven wijze het heilige, kruisvormige pad. Deze kruisvorm herbergt veel kracht, want telkens wanneer we naar het middelpunt terugkeren, keren we als het ware terug naar 'Wakan-Tanka', het middelpunt van alles. Hoewel we soms misschien denken dat we ons van hem afwenden, zullen wij en alle andere dingen vroeg of laat bij hem terugkeren.

's Avonds is de weeklager uitgeput. Geen wonder, als we bedenken dat hij niets mag eten of drinken gedurende de dagen dat hij om een visioen smeekt. Slapen mag hij wel, op het voor hem uitgespreide bed van salie met zijn hoofd geleund tegen de paal in het midden. Op die manier is hij ook in zijn slaap toch nog dichtbij 'Wakan-Tanka'. De belangrijkste visioenen komen vaak tot ons in onze slaap. Dit zijn niet zomaar dromen, want ze zijn veel waarheidsgetrouwer en krachtiger, en ze komen niet voort uit onszelf, maar zijn afkomstig van 'Wakan-Tanka'. Het is mogelijk dat iemand die voor de eerste keer het hele ritueel volbrengt, toch geen visioen van 'Wakan-Tanka' ontvangt. Dit mag hem er niet van weerhouden het later nog eens te proberen. We mogen nooit vergeten dat 'Wakan-Tanka' altijd bereid is degenen te helpen die hem met een zuiver hart zoeken. Veel is uiteraard afhankelijk van het karakter van de persoon die om een visioen smeekt en van de mate waarin hij zichzelf heeft gezuiverd en voorbereid. 's Avonds kunnen de donderwezens verschijnen, en hoewel zij zeer angstaanjagend zijn, brengen zij veel goeds met zich mee. Zij stellen onze kracht en ons uithoudingsvermogen op de proef door ons te laten inzien hoe klein en onbetekenend wij uiteindelijk zijn in vergelijking met de grote krachten van 'Wakan-Tanka'. Ik herinner mij dat toen ik zelf een keer weeklaagde, er een heftige storm opstak vanuit de richting waar de zon ondergaat. Ik praatte met de donderwezens die onder begeleiding van hagel, donder, bliksem en slagregens verschenen. De volgende ochtend zag ik dat er buiten de heilige kring overal veel hagelstenen lagen, maar dat de grond daarbinnen kurkdroog was.

Ik geloof dat zij mij op de proef probeerden te stellen. En later begonnen de kwade geesten 's nachts de offergaven van de palen te rukken. Ik hoorde hun stemmen van onder de grond, en een van hen zei: "Ga kijken of hij aan het smeken is."  Ik hoorde ratels, maar de hele tijd hielden zij zich verre van de heilige plek. Zij konden deze niet binnendringen, omdat ik besloten had niet bang te zijn en onophoudelijk mijn stem tot 'Wakan-Tanka' bleef richten om hem om hulp te smeken. Later zei een van de kwade geesten onder de grond: "ja, ik weet zeker dat hij aan het smeken is."  De volgende ochtend zag ik dat de palen met de offergaven onaangeroerd waren gebleven. Je moet begrijpen dat ik goed voorbereid was en standvastig bleef. Daarom kon mij niets ergs overkomen.

Een weeklager moet midden in de nacht opstaan en dan opnieuw in de richting van de vier windstreken lopen, waarbij hij telkens naar het middelpunt terugkeert. Ondertussen moet hij onafgebroken zijn stem doen opgaan. Hij moet altijd met de Morgenster opstaan, naar het Oosten lopen, en daar met de steel van zijn pijp naar de heilige ster wijzen teneinde die om wijsheid te vragen. Dit gebed moet hij stil in zijn hart opzeggen. De weeklager moet dit alles drie of vier dagen volhouden. Aan het einde van deze periode komen de helpers met hun paarden en brengen de weeklager met zijn pijp terug naar het kamp. Daar betreedt hij onmiddellijk de 'Inipi' (zweethut) die al voor hem in gereedheid is gebracht. Hij moet aan de Westkant gaan zitten en zijn pijp voortdurend voor zich uitgestrekt houden. De heilige man, de spirituele gids van de weeklager, komt als tweede binnen en loopt achter hem langs voordat hij aan de Oostkant plaatsneemt. De resterende plaatsen worden door de andere mannen ingenomen. Dan wordt de eerste heilige steen, die al verwarmd is, de hut binnengedragen en in het midden van de offerplaats gelegd. Vervolgens worden de overige stenen naar binnen gedragen, zoals ik dat eerder heb beschreven. Al deze handelingen worden plechtig uitgevoerd, maar sneller dan eerst, want iedereen is erg benieuwd naar de verhalen van de weeklager. Alle mannen willen te weten komen wat voor grootse dingen hem daar bovenop die berg eventueel zijn geopenbaard. Als alles in gereedheid is gebracht, richt de heilige man het woord tot de weeklager. "Ho! Je hebt nu met je pijp een stem doen opgaan naar 'Wakan-Tanka'. Die pijp is daardoor 'Lela Wakan' (zeer heilig) geworden, aangezien het hele universum hem heeft kunnen aanschouwen. Je hebt de pijp aan de vier heilige Krachten aangeboden. Zij hebben hem eveneens aanschouwd! Elk woord dat je daarboven hebt uitgesproken, is gehoord, zelfs door onze Grootmoeder en Moeder Aarde. De komende generaties zullen je horen! Deze vijf eeuwenoude stenen zullen je horen! De Gevleugelde Kracht van de plek waar de zon ondergaat, de Kracht die de wateren beheerst, zal je horen! De bomen die hier op deze plek staan zullen je horen! En ook de heiligste pijp die het volk ooit heeft ontvangen zal je horen. Vertel ons daarom de waarheid en neem je in acht dat je niets verzint! Zelfs kleine mieren en kruipende wormen zouden je daarboven gezien kunnen hebben toen je om een visioen smeekte. Vertel ons alles! Jij hebt de pijp die je hebt aangeboden naar ons teruggebracht. Het is volbracht! Aangezien je deze pijp naar je mond zult brengen, zou je ons niets anders dan de waarheid mogen vertellen. De pijp is 'Wakan' en alwetend: je kunt hem niet bedriegen. Als je liegt, zal 'Wakinyan-Tanka', (de bewaker van de pijp) je straffen! 'Hetchetu Welo'!"

De heilige man verheft zich van zijn plek in het Oosten en maakt met de richting van de zon mee een ommegang door de hut, waarna hij rechts van de weeklager gaat zitten. Er wordt gedroogde bizonmest voor de weeklager neergelegd en daarop wordt de pijp geplaatst, waarbij de steel naar de hemel wijst. De heilige man verwijdert nu het talkzegel van de kop van de pijp en legt dit bovenop de bizonmest. Hij steekt de pijp aan met een stuk houtskool uit het vuur. Nadat hij de pijp aan de Krachten van de zes richtingen heeft geofferd, wijst hij met de steel naar de weeklager, die hem alleen met zijn lippen aanraakt. De heilige man maakt daarna met de steel van de pijp een cirkel in de lucht, neemt zelf een trekje, en raakt opnieuw met de pijp de mond van de weeklager aan. Vervolgens maakt hij opnieuw met de steel van de pijp een cirkel in de lucht en neemt opnieuw zelf een trekje. Deze handeling herhaalt hij vier keer, waarna de pijp wordt doorgegeven, zodat ook de andere mannen kunnen roken. Als de pijp terugkeert bij de heilige man, leegt deze hem in vier bewegingen boven het hoopje talkzegel en bizonmest. Dan zuivert hij de pijp, houdt hem voor zich uit, en zegt tegen de weeklager: "Jongeman, jij bent hier drie dagen geleden vertrokken met twee helpers die voor jou op de heilige plek de vijf palen hebben neergezet. Vertel ons alles wat daarboven met je is gebeurd, toen de helpers eenmaal vertrokken waren! Sla niets over! Wij hebben veel tot 'Wakan-Tanka' gebeden voor jou en wij hebben de pijp gevraagd genadig te zijn. Vertel ons nu wat er is gebeurd!"  De weeklager antwoordt en telkens wanneer hij iets belangrijks heeft gezegd, roepen de mannen in de hut in koor: "Hi ye!" "Ik heb de berg beklommen en toen ik de heilige plek eenmaal had betreden, ben ik zonder onderbreking naar de vier richtingen gelopen, waarbij ik tussendoor steeds naar hei midden terugkeer­ de, precies zoals u me had opgedragen. Op de eerste dag, toen ik naar de plek keek waar de zon ondergaat, zag ik een adelaar in mijn richting vliegen. Toen hij dichterbij kwam, zag ik dat het een gevlekt adelaar was. Hij streek neer op de tak van een boom die dichtbij stond, maar maakte geen geluid. Daarna vloog hij weg naar de plek waar de reus 'Waziah' woont."  Dit soort woorden ontlokt de mannen die in de hut gespannen toehoorden de aanmoedigingskreet: "Hi ye!" "Ik keerde terug naar het middelpunt en begaf me vervolgens naar het Noorden. Terwijl ik daar stond, zag ik een adelaar boven mij rondcirkelen. Toen hij dicht bij mij in de buurt landde, merkte ik op dat het een jonge adelaar was, maar ook deze gevleugelde zei niets tegen me. Al snel steeg hij weer op en vloog in de richting van de plek waar we altijd op uitkijken. Ik ging terug naar het middelpunt, waar ik smeekte en mijn stem deed opgaan. Toen liep ik naar de plek waar de zon opkomt. Daar zag ik dat er iets op mij afkwam vliegen. Al snel begreep ik dat het een kaalhoofdige adelaar was, maar ook deze zei niets tegen mij. Smekend keerde ik terug naar het middelpunt, en toen ik naar de plek liep waar we altijd op uitkijken, zag ik op de offerpaal een roodgevederde specht zitten. Ik geloof dat hij mij iets van zijn 'Wochangi' (kracht) heeft gegeven, want ik hoorde hem zachtjes, maar duidelijk zeggen: " 'Wachin ksapa yo!' (Wees opmerkzaam) en vrees niet, maar schenk geen aandacht aan slechte verschijningen die zouden kunnen opduiken om tegen je te praten!"

De mannen schreeuwen nu luider dan voorheen "Hi ye!", want de boodschap die deze vogel bracht, is uiterst belangrijk. Dan vervolgt de weeklager zijn verhaal: "Hoewel ik voortdurend smeekte en mijn stem deed opgaan, was dit alles wat ik die eerste dag zag en hoorde. Toen de nacht viel, legde ik mijn hoofd tegen de paal in het midden en viel in slaap. In mijn slaap hoorde en zag ik mijn volksgenoten en het viel mij op dat zij allemaal bijzonder gelukkig waren. In het holst van de nacht stond ik op om opnieuw naar de vier richtingen te lopen, waarbij ik telkens terugkeerde naar het midden en voortdurend mijn stem deed opgaan. Net voordat de Morgenster opkwam, bezocht ik opnieuw de vier windstreken, en toen ik bijna de plek had bereikt waar de zon opkomt, zag ik de Morgenster. Ik zag dat de ster aanvankelijk helemaal rood was, langzaam in blauw veranderde, daarna een gele kleur aannam en uiteindelijk wit werd. In deze vier kleuren herkende ik de vier tijdperken, en hoewel de ster niet daadwerkelijk tot mij sprak, heeft hij mij bijzonder veel geleerd. Ik bleef wachten tot de zon zou opgaan, en in de sluier van de dageraad zag ik dat de wereld vol was van kleine gevleugelde volkjes, allemaal van vreugde vervuld. Tenslotte kwam de zon op om met zijn stralen licht in de wereld te brengen. Toen begon ik te smeken en keerde ik terug in het midden, waar ik ging liggen nadat ik mijn pijp tegen de middelste offerpaal had gelegd. Terwijl ik daar in het midden lag, kon ik allerlei soorten kleine gevleugelde horen die op de palen zaten, maar geen van hen sprak tot mij. Ik keek naar mijn pijp en zag twee mieren over de steel lopen. Misschien wilden zij wel praten, maar al snel vertrokken ze. In de loop van de dag, terwijl ik zat te smeken en mijn stem deed opgaan, kwamen er herhaaldelijk vogels en vlinders naar me toe. Op zeker moment kwam op het uiteinde van mijn pijp een witte vlinder zitten, die zijn prachtige vleugels op en neer bewoog. Deze dag zag ik geen grote viervoeters, maar alleen kleine schepseltjes. Vlak voordat de zon onderging om zich ter ruste te begeven, zag ik dat de wolken zich opeenstapelde en dat de donderwezens hun opwachting maakten. Bliksemschichten verlichtten de gehele hemel en de donder was angstaanjagend. Ik geloof dat ik een beetje bang werd, maar ik hield mijn pijp omhoog en deed onophoudelijk mijn stem naar 'Wakan-Tanka' opgaan. Spoedig daarop hoorde ik een andere stem die sprak: "Hee-ay-hay-ee-ee! Hee-ay-hay-ee-ee!" Vier keer werd dit herhaald en toen was al mijn angst verdwenen, want ik herinnerde mij wat de kleine vogel tegen mij had gezegd en dat deed mijn moed terugkeren. Ik hoorde ook andere stemmen, die ik niet kon verstaan. Ik weet niet hoelang ik daar met gesloten ogen heb gestaan, maar toen ik mijn ogen weer opendeed, was alles licht, lichter zelfs dan de dag. Ik zag een grote groep mensen te paard naderen. Al hun paarden hadden verschillende kleuren. Een van de ruiters sprak zelfs met me. Hij zei: "Jongeling, jij biedt de pijp aan 'Wakan-Tanka' aan. Wij zijn allen zeer verheugd dat je dit doet!" Dat was alles wat ze zeiden. Daarna waren ze alweer uit het zicht verdwenen."

"De volgende dag, net voordat de zon opkwam, zag ik dezelfde kleine roodgevederde vogel terwijl ik mijn gang langs de vier windstreken maakte. Hij zat op de paal van de richting waar we altijd op uitkijken en richtte bijna dezelfde woorden tot me als de eerste keer: "Vriend, wees opmerkzaam terwijl je loopt!" Dat was alles. Kort daarop kwamen de twee helpers om mij op te halen. Dit is alles wat ik mij herinner. Ik heb de waarheid verteld en heb niets verzonnen!" Aldus besluit de weeklager zijn verhaal. Nu geeft de heilige man hem zijn pijp, die hij omklemt. Deze pijp gaat dan de kring rond en wordt uiteindelijk aangenomen door een van de helpers, die hem met de steel naar het westen tegen de heilige aardhoop ten oosten van de hut legt. Er worden meer hete stenen de hut binnengedragen, waarna de toegang wordt afgesloten en de Inipi begint. Om 'Wakan-Tanka' te bedanken bidt de heilige man: "Hee-ey-hay-­ee-ee! Hee-ey-hay-ee-ee! Hee-ey-hay-ee-ee! Hee-ey-hay­-ee-ee! 0 Grootvader, 'Wakan-Tanka', vandaag heb gij ons geholpen. Gij bent genadig geweest voor deze jongeman door hem kennis te schenken en een pad dat hij kan volgen. Gij hebt zijn volk en alle wezens die in het universum bewegen vervuld van blijdschap! Grootvader, deze jongeling die u de pijp heeft aangeboden, hoorde een stem die sprak: "Wees opmerkzaam terwijl je loopt!" Hij wil graag weten wat deze boodschap betekent, vandaar dat hem nu uitleg wordt gegeven. Deze woorden betekenen dat hij altijd aan u indachtig moet zijn, 0 'Wakan-Tanka', terwijl hij het gewijde pad des levens bewandelt, en dat hij aandacht dient te hebben voor alle tekenen die gij ons hebt gegeven. Als hij dit altijd zal blijven doen, zal hij wijs worden en zijn volk kunnen leiden. 0 'Wakan-Tanka', help ons allen steeds oplettend te zijn! Deze jongeman zag ook vier tijdperken in de ster die straalt op de plek waar de zon opkomt. Dit zijn de vier tijdperken die alle wezens moeten doorlopen op hun weg van geboorte naar dood. 0 'Wakan-Tanka', toen deze jongeling het ochtendgloren aanschouwde, zag hij uw licht het universum binnenstromen. Dit is het licht der wijsheid. Dit alles hebt gij aan ons geopenbaard, want het is uw wil dat de volkeren van deze aarde niet in het duister der onwetendheid leven. 0 'Wakan-Tanka', gij bent een band aangegaan met deze jongeling. Deze band stelt hem in staat zijn volk kracht te geven. Zoals wij hier nu zitten, vertegenwoordigen wij het gehele volk, en daarom zeggen wij u allen dank, 0 'Wakan-Tanka'. Wij allen heffen onze handen op naar u en zeggen: 'Wakan-Tanka', wij danken u voor dit inzicht en voor de band die gij met ons bent aangegaan. Wees ons altijd genadig! Moge deze band tot aan het einde der tijd bestaan!"

Alle mannen zingen nu dit gewijde lied: "Grootvader, aanschouw mij! Grootvader, aanschouw mij! Ik hield mijn pijp vast en bood hem u aan, opdat mijn volk zal leven! Grootvader, aanschouw mij! Grootvader, aanschouw mij! Ik geef u al deze offergaven, opdat mijn volk zal leven! Grootvader, aanschouw mij! Grootvader, aanschouw mij. Wij, die het hele volk vertegenwoordigen, bieden onszelf aan u aan, opdat we zullen leven!"  Na afloop van dit lied wordt er water over de gloeiende stenen gegoten en wordt de 'Inipi' voortgezet op de wijze van het heilig ritueel zoals ik dat reeds eerder uitvoerig heb beschreven. De jongeman die voor het eerst om een visioen heeft gesmeekt, zal wellicht 'Wakan' (Heilig) worden. Tenminste als hij zijn opdracht nakomt en opmerkzaam door het leven gaat, met zijn geest en hart gericht op 'Wakan-Tanka' en zijn krachten. Wanneer dat zo is, zal hij zeker het rode pad bewandelen dat naar goedheid en heiligheid leidt. Hij moet echter wel een tweede keer om een visioen smeken en deze keer zouden de kwade geesten hem kunnen tarten. Maar als hij werkelijk uitverkoren is, zal hij standvastig blijven, alle gedachten die hem afleiden overwinnen en gezuiverd worden van alles wat niet goed is. Misschien ontvangt hij dan een groots visioen dat zijn volk kracht zal geven. Mocht de jongeman nog steeds in onzekerheid verkeren, na zijn tweede weeklacht, dan kan hij het nog een derde of zelfs vierde keer proberen. Als hij steeds oprecht is en zichzelf in het aangezicht der dingen werkelijk vernedert, zal hij zeker worden geholpen, want degenen die hun weeklachten en smeekbeden laten opklinken vanuit een zuiver hart worden altijd door 'Wakan-Tanka' bijgestaan.


Klik op de afbeelding om naar onze dochter website "Kracht- en Totemdieren" te gaan:

Mitakuye Oyasin.

(We are all related)