The Native Circle.

Mitayue Oyasin.

De aarde werd vervolgens in de buidel gestopt, waarna deze werd dichtgebonden. Bovenop de buidel werd wat bizon haar en sweetgrass gelegd. 'Berenjong' zei toen tegen de Ri: "Je moet deze buidel nu goed bewaken. Hij is uiterst 'Wakan', (Heilig) want hij is te vergelijken met de 'Chanupa Wakan' (de heilige pijp) die naar ons Sioux is gebracht. Ook de buidel zal vrede en verwantschap bewerkstelligen tussen veel volkeren. Je moet echter altijd onthouden dat onze Grootvader en Vader 'Wakan-Tanka' en onze Grootmoeder en Moeder Aarde onze naaste verwanten zijn. Met deze heilige buidel moet je naar de opperhoofden der Sioux gaan en door de buidel zal de verwantschap met hen worden aangegaan."

De gevulde bizonblaas werd daarna in hertenleer gewikkeld en aan beide kanten met een koord van ongelooid leer dichtgebonden, zodat hij gemakkelijk te dragen was. Hiermee werd de eerste dag van het ritueel beëindigd. De volgende dag, net toen de zon opkwam, pakte 'Berenjong' zijn 'Chanupa' (pijp) en ging naar de tipi van de Ri. Nadat hij de pijp aan de zes richtingen had aangeboden en zelf een paar trekjes had genomen, gaf 'Berenjong' hem door aan de Ri, die "Hi ho! Hi ho!" zei, en de pijp innig omklemde. Nadat hij op zijn beurt een paar trekjes had genomen, gaf hij de pijp door aan de anderen in de tipi. Nadat iedereen had gerookt, werd de pijp teruggegeven aan 'Berenjong', die hem zuiverde en terug stopte in zijn tas. Daarna keerde 'Berenjong' terug naar zijn eigen tipi, waar hij samen met andere Sioux-leiders en wijze mannen op de Ri wachtte. Deze zou de offerbuidel komen brengen die hij de vorige dag op aanwijzing van 'Berenjong' had samengesteld.

Toen de Sioux de Ri zagen naderen, riepen zij: "Hi ho! Hi ho!" Vier Sioux liepen hem tegemoet en brachten hem naar de tipi van 'Berenjong'. De Ri liep met de richting van de zon met de zon mee door de tent, stond toen stil voor 'Berenjong', die aan de westkant zat, en legde de offerbuidel aan zijn voeten. Er werd een gloeiend stuk houtskool voor 'Berenjong' neergelegd, die wat sweetgrass verbrandde en de buidel boven de rook hield. Nadat hij "Hi ho! Hi ho!" had geroepen en de buidel met beide armen had vastgeklemd, sprak hij een gebed. "O Grootvader, 'Wakan-Tanka', Vader, 'Wakan-Tanka', aanschouw ons! Wij brengen op deze aarde uw wil ten uitvoer. Door ons de 'Chanupa Wakan' (de heilige pijp) te schenken, bent gij een verwantschap met ons aangegaan."

"Deze verwantschap breiden wij nu uit door vrede te sluiten met een ander volk waarmee wij ooit oorlog voerden. Wij weten dat wij hiermee een van de zeven heilige rituelen uitvoeren die ons in het begin zijn toegezegd. Mogen deze twee volkeren door dit ritueel altijd met elkaar in vrede leven en een voorbeeld voor andere volkeren zijn. Dit offer zal mijn volk blijdschap brengen. Dit is een heilige dag! Het is goed! Nu zullen wij deze heilige buidel openen. Dankzij dit offer zullen we met u en met al uw krachten zijn verbonden. 'Wakan-Tanka', aanschouw wat wij gaan doen!" 'Berenjong' maakte vervolgens voorzichtig de heilige buidel open en toen hij en de zijnen de bizonblaas zagen, riepen ze "Hi ye!", omdat iedereen uiteraard wist waarom deze blaas zo heilig was. 'Berenjong' hield de blaas boven de rook van het sweetgrass en omklemde hem met beide armen. Ondertussen zei hij voortdurend: "Hi ye!" Daarna sprak hij een gebed. "Wees mij genadig! Nu gij tot ons gekomen zijt, zal het volk met zijn kinderen aan de hand het heilige pad bewandelen. Ik ben het volk en ik houd van u. Ik zal u steeds hoogachten en om u blijven geven. Het volk waar u vandaan kwam, de Ri zal u ook altijd blijven koesteren en het zal nooit vergeten dat gij wakan zijt."

Vervolgens bood 'Berenjong' de blaas aan de zes richtingen aan en terwijl hij hem omarmde en de opening van de buidel kuste, riep iedereen: "Hi ho!" Daarna draaide hij zich om naar de Ri, en sprak: "Voor ons volk betekent dit offer dat jullie vrede wensen en dat jullie verwanten van ons willen worden. Is dit de reden dat jullie dit heilige offer hebben gebracht."

"Ja", antwoordde de Ri. "Wij willen een verwantschap met jullie aangaan die net zo hecht is als de verwantschap tussen jullie volk en 'Wakan-Tanka'." De Sioux toonden zich verheugd over dit antwoord. De heilige blaas werd toen de tent uitgedragen en onder het volk doorgegeven. Iedereen omarmde de blaas en kuste de opening naar het voorbeeld van 'Berenjong'. Om te laten zien dat het vredesaanbod van de Ri werd aanvaard en om de buidel een zeer heilige plaats toe te kennen, werd hij aan de top van de achtentwintigste paal van de tent vastgemaakt. Ik heb je al eerder uitgelegd dat de achtentwintigste paal staat voor 'Wakan-Tanka', omdat hij de andere zevenentwintig palen schraagt. Op deze wijze werd de overhandiging van de offergave beëindigd, waarna de Ri terugkeerden naar hun tipi's om zich op de volgende dag voor te bereiden.

'Berenjong' bracht eveneens een speciale tipi in gereedheid voor de rituelen die nog zouden volgen. Aan beide zijden van de ingang van deze speciale tipi hingen huiden die een schouderhoge en enkele passen lange gang vormden. Iemand die deze tipi langs deze levensweg betrad, kon vanwege dit scherm van huiden naar links noch rechts afbuigen, maar moest rechtstreeks naar het middelpunt doorlopen. De volgende dag werden vier Ri uitgekozen om hun gehele volk te vertegenwoordigen. Zij droegen de benodigdheden voor de rituelen van die dag met zich mee en liepen naar de tipi die 'Berenjong' in gereedheid had gebracht. 'Berenjong' zat aan de westkant van de tipi en trof voorbereidingen voor het maken van een heilige offerplaats. Eerst zei hij echter het volgende: "De maïs die wij Sioux nu hebben, behoort in feite toe aan de Ri, want zij koesteren dit gewas en beschouwen het als heilig, precies zoals wij onze pijp heilig achten. Ook zij hebben hun maïs immers via een visioen van de Grote Geest ontvangen. Het is de wil van 'Wakan-Tanka' dat zij hun maïs terugkrijgen. Wij zullen dus niet alleen de maïs teruggeven, maar zullen bij deze gelegenheid tevens een ritueel instellen dat niet alleen vrede sticht, doch ook waarachtige verwantschap bewerkstelligt. Deze verwantschap moet een weerspiegeling vormen van de band die wij met 'Wakan-Tanka' hebben. Ik zal nu geurige rook maken die zal reiken tot de heilige hemel en de Morgenster, die de dag in duisternis en licht verdeelt. De rook zal zelfs de vier Krachten bereiken die het universum bewaken. Deze rook verlaat nu onze Grootmoeder en Moeder Aarde."

'Berenjong' legde vervolgens sweetgrass op de gloeiende kolen en boven de rook die daarbij vrij kwam, zuiverde hij de heilige pijp, de maïs, de bijl en alle overige benodigdheden. Nu was alles in gereedheid gebracht om de heilige offerplaats te maken. 'Berenjong' pakte de bijl op en wees ermee naar de zes richtingen alvorens er in het Westen mee in de aarde te hakken. Opnieuw wees hij ermee naar de zes richtingen en sloeg de bijl daarna in het Noorden in de grond. Deze handeling herhaalde hij in het Oosten en Zuiden. Toen hief hij de bijl ten hemel, waarna hij twee keer op het middelpunt inhakte voor de aarde en twee keer voor de Grote Geest. Nadat hij aldus de bodem had omgewoeld, trok hij met een stok die eerst was gezuiverd en vervolgens aan de zes richtingen was aangeboden, een lijn van het westen naar het middelpunt. Daarna trok hij lijnen tussen de andere drie windstreken en het middelpunt. Vervolgens bood hij de stok aan de hemel aan, waarna hij opnieuw het middelpunt aanraakte. Deze handeling herhaalde hij, nadat hij de stok aan de aarde had aangeboden.

Op deze manier werd de offerplaats gemaakt. Ik heb al eerder gezegd dat deze 'Lela Wakan' (zeer heilig) is, omdat deze plek voor ons het middelpunt van de aarde voorstelt. Dit middelpunt, dat zich feitelijk overal bevindt, is het huis en de verblijfplaats van 'Wakan-Tanka'. 'Berenjong' nam een maïskolf en prikte deze aan een stok. Aan de andere kant van deze stok bevestigde hij een adelaarsveer. 'Berenjong' zei "Deze maïs behoort eigenlijk toe aan de Ri en daarom zal hij aan hen worden teruggegeven, omdat zij de maïs koesteren zoals wij onze pijp. De maïskolf die jullie hier zien heeft twaalf bijzondere betekenissen. Er zijn namelijk twaalf rijen maïskorrels, die de plant van de diverse Krachten van het universum heeft ontvangen. Als we denken aan de verschillende dingen die de maïs ons kan leren, zouden we vooral aandacht moeten hebben voor de vrede en de verwantschap die dit gewas hier vestigt. Maar bovenal zouden we altijd moeten onthouden wie onze naaste verwanten zijn: onze Grootvader en Vader, 'Wakan-Tanka', onze Groot­ moeder en Moeder Aarde, de vier Krachten van het universum, de rode en blauwe dagen, de twee dagdelen (licht en duisternis), de Morgenster, de Gevlekte Adelaar die de heiligheid van de maïs bewaakt, en tenslotte de pijp, die als een familielid is, omdat hij het volk beschermt en wij via hem tot 'Wakan-Tanka' bidden."

"De pluim die bovenaan de maïskolf groeit en die hier weergegeven wordt door de adelaarsveer, staat voor de aanwezigheid van de Grote Geest. Het stuifmeel uit de pluim dat zich overal verspreidt en het leven doorgeeft, is als 'Wakan-Tanka' die al zijn schepselen leven schenkt. Deze pluim, die altijd het topje van de plant vormt, ziet als eerste het daglicht als de zon opgaat, terwijl zij ook als eerste de nacht en de maan en alle sterren kan gadeslaan. Om al deze redenen is hij 'Lela Wakan'. (zeer Heilig) De stok die ik in de kolf heb geprikt, is de levensboom die van de aarde naar de hemel reikt. De kolf met alle maïskorrels is de vrucht die het volk en alle dingen in het universum voorstelt. Het is goed deze dingen te onthouden als we het ritueel dat nu volgt willen begrijpen."


Klik op de afbeelding om naar onze dochter website "Kracht- en Totemdieren" te gaan:

Mitakuye Oyasin.

(We are all related)