The Native Circle.

Mitayue Oyasin.

De tweede steen die de hut wordt binnengebracht, wordt aan de Westkant van de offerplaats neergelegd, de derde aan de Noordkant; de vierde aan de Oostkant en de vijfde aan de Zuidkant. Dan wordt er nog een steen neergelegd voor de aarde en uiteindelijk wordt het gat gevuld met de rest van de stenen, en alle tezamen vertegenwoordigen het gehele universum. Degene die aan de Westkant zit, biedt de pijp nu aan de hemel, de aarde en de vier windstreken, waarna hij hem aansteekt. Na enkele trekjes genomen te hebben (waarbij hij de rook over zijn hele lichaam uitwrijft), overhandigt hij de pijp aan degene die links van hem zit, waarbij hij hem aanspreekt met 'Ho Ate.' (vader) of 'Ho Tunkashila', (grootvader) al naar gelang hun onderlinge verhouding. Degene die de pijp aanneemt, zegt op zijn beurt Ho Ate.' (vader) of 'Ho Tunkashila', (grootvader) en zo gaat de pijp met de richting van de zon mee de kring rond. Wanneer de pijp terugkomt bij de man aan de Westkant, zuivert deze de pijp, voor het geval hij is aangeraakt door een onrein iemand. Vervolgens klopt hij voorzichtig de as uit de pijp en legt deze aan de van de heilige offerplaats. Dit eerste gebruik van de pijp binnen in de hut herinnert ons aan de heilige 'Witte-Bizonkoe-Vrouw', die lang geleden onze hut op gewijde wijze betrad en toen verdween. De pijp wordt dan weer doorgegeven tot hij de leider aan de Oostkant van de hut bereikt. Deze houdt hem met de steel naar het westen gekeerd boven de heilige offerplaats, en brengt hem daarna langs het heilige pad naar het Oosten, waar hij hem overhandigt aan de helper die vlak buiten de hut staat. Nadat de helper de pijp op rituele wijze heeft gevuld, legt hij hem tegen de heilige aardhoop, met de kop naar het Oosten en de steel hellend naar het westen, want op dit moment moet er een beroep worden gedaan op de Kracht van het Westen. De helper sluit de toegang van de 'Inipi' af, waardoor het daarbinnen volslagen donker wordt. Deze duisternis staat voor de duisternis van onze ziel, onze onwetendheid, waarvan we ons moeten zuiveren om het licht te kunnen ontvangen. Gedurende het 'Inipi-ritueel' zal de toegang vier keer worden geopend om het licht binnen te laten. Dit herinnert ons aan de vier tijdperken en hoe wij door de goedheid van 'Wakan-Tanka' in elk van deze tijdperken het licht hebben mogen aanschouwen. De man aan de Westkant doet nu aldus een stem naar 'Wakan-Tanka' opgaan: "Hee-ay-hay-ee-ee! Hee-ay-hay-ee-ee! Hee-ay-hay-ee-ee! Hee-ay-hay-ee-ee!" (Deze kreet slaken wij als we hulp behoeven of wanhopig zijn. Bevinden wij ons tegenwoordig niet inderdaad in het duister en hebben wij niet zielsveel behoefte aan licht?)

De leider van het 'Inipi-ritueel' gaat in gebed: "Ik verhef mijn stem tot u! Ik verhef mijn stem tot u! Ik verhef mijn stem tot u! Ik verhef mijn stem tot u! Hoor mij aan! Hoor mij aan! Hoor mij aan! Hoor mij aan! 'Wakan-Tanka', Grootvader, gij die de eerste is en altijd al was. Gij hebt ons naar dit weidse eiland gebracht, waar ons volk op gewijde wijze wenst te leven. Onderricht ons in alle krachten van het universum en open onze ogen voor hen. Doe ons inzien dat zij allen tezamen eigenlijk slechts één kracht vertegenwoordigen. Moge ons volk zijn stem naar u doen opgaan, terwijl wij het heilige pad des levens bewandelen! 0 eeuwenoude stenen, 'Tunkayatakapaka', jullie zijn nu hier bij ons. 'Wakan-Tanka' heeft de aarde geschapen en heeft jullie in haar nabijheid geplaatst. Toekomstige generaties zullen over jullie heen lopen en hun voetstappen zullen geen aarzeling vertonen! 0 stenen, jullie hebben ogen, mond, noch ledematen. Jullie bewegen niet, maar dankzij jullie heilige adem (de stoom) zal ons volk met een lange adem het levenspad bewandelen. Jullie adem is de ware ademtocht des levens. Daar waar de zon zich ter ruste begeeft, is een Gevleugelde die heerst over de wateren waaraan alle levende wezens hun leven te danken hebben. Mogen wij thans op gewijde wijze gebruik maken van deze wateren!"

"0 jullie die altijd staan; boomvolk dat uit de aarde oprijst en zelfs tot de hemel reikt: jullie zijn talrijk, maar een van jullie is uitverkoren om deze heilige zuiveringshut te dragen. Jullie bomen zijn de beschermers der gevleugelde, want in jullie bouwen zij hun nest en koesteren zij hun kroost. Onder jullie kronen wonen vele volkeren aan wie jullie onderdak verlenen. Mogen al deze volkeren en al hun nakomelingen als verwanten met elkaar door het leven gaan! Elk aards ding, 0 'Wakan-Tanka', hebt gij van een kracht voorzien. Aangezien het andere dingen verslindt, is het vuur uw krachtigste schepping, en daarom plaatsen wij het hier in ons midden. Wanneer we er bewust naar kijken, denken wij eigenlijk aan u. Moge dit heilige vuur altijd in ons midden branden! Help ons bij hetgeen wij aanstonds gaan doen!" De leider sprenkelt nu water over de gloeiende stenen. Eenmaal voor 'Tunkashila', (onze Grootvader) eenmaal voor 'Ate', (onze Vader) eenmaal voor 'Unchi', (onze Grootmoeder) eenmaal voor 'Ina', (Moeder Aarde) en tenslotte eenmaal voor de 'Chanupa Wakan' (de heilige pijp). In het water zit wat sweetgrass, zodat de stoom geurig is. Terwijl de sissende stoom de kleine hut vult, roept de leider: "0 'Wakan-Tanka', aanschouw mij! Ik ben het volk. Door mijzelf tot uw beschikking te stellen, stel ik het hele volk tot uw beschikking, opdat het moge leven! Wij willen herboren worden! Sta ons bij!"

Het is nu verschrikkelijk heet in de hut, maar het is goed om de zuiverende elementen van vuur, lucht en water te voelen, en om de geur van de heilige salie op te snuiven. Nadat deze krachten een weldadige uitwerking op ons hebben gehad, wordt de hut geopend ter herinnering aan het eerste tijdperk waarin we het licht ontvingen van 'Wakan-Tanka'. Er wordt dan water binnengebracht, dat door de leider aan de oostkant van de hut met de richting van de zon mee wordt doorgegeven. Ieder neemt een slok of wrijft er zijn lichaam mee in. Terwijl we dit doen, denken we aan de plek waar de zon ondergaat en waar het water vandaan komt. De kracht van deze windstreek staat ons in ons gebed terzijde. De helper buiten de hut neemt vervolgens de gevulde pijp van de aardhoop, biedt hem aan hemel en aarde aan, en loopt ermee over het heilige pad. Daarna overhandigt hij de pijp (met de steel eerst) aan degene die in de hut aan de Westkant zit. Deze man biedt de pijp aan de zes richtingen aan, neemt een trek (waarbij hij zijn hele lichaam met de rook inwrijft), en laat hem de kring rondgaan, totdat hij is opgerookt. Dan leegt de man aan de Westkant de pijp. Hij legt de as naast de centrale offerplaats en geeft de pijp als tevoren door naar buiten. De helper vult de pijp dan opnieuw en legt hem tegen de heilige aardhoop, waarbij de steel naar het Noorden wijst. Tijdens de tweede periode van duisternis in de hut zal de kracht van de Gevleugelde uit het Noorden immers worden aangeroepen. De hut wordt opnieuw afgesloten en nu bevinden we ons voor de tweede keer in het duister. Vervolgens gaat de persoon aan de Noordkant van de hut voor in het gebed. "Aho aanschouw, 0 gij Kaalhoofdige Adelaar, de plek waar de reus 'Waziah' zijn tent heeft opgeslagen! 'Wakan-Tanka' heeft u daar neergezet om zijn pad in de gaten te houden. U waakt daar over de gezondheid van het volk, opdat het zal leven. Sta ons bij met uw reinigende wind! Moge deze wind ons zuiveren, zodat we het heilige pad op een gewijde wijze en op een 'Wakan-Tanka' welgevallige manier kunnen bewandelen. 0 Grootvader 'Wakan-Tanka', gij zijt boven alles verheven! Gij hebt een heilige steen op aarde neergelegd, die nu het middelpunt van onze kring vormt. Bovendien hebt gij ons het vuur gegeven. De plek waar de zon ondergaat hebt gij onder gezag geplaatst van 'Wakinyan-Tanka', de grote Dondervogel van het Westen, die de wateren beheerst en de heiligste aller pijpen bewaakt. Gij hebt een Gevleugelde geplaatst bij de opgaande zon, die ons wijsheid schenkt. Tevens hebt gij een Gevleugelde geplaatst op de plek waar wij altijd op uitkijken. Hij is de bron van alle leven en hij leidt ons op het heilige rode pad. Al deze krachten, die in u tezamen komen en eigenlijk één zijn, hebben zich nu hier in deze hut verzameld. 0 'Wakan-Tanka', Grootvader, we volbrengen hier bovenal uw wil. Door die kracht, afkomstig van de plek waar de reus 'Waziah' woont, maken wij onszelf nu rein en puur als vers gevallen sneeuw. Wij weten dat we hier door duisternis worden omgeven, maar ook dat het licht weldra zal komen. Mogen wij bij het verlaten van deze hut al onze onreine gedachten en al onze onwetendheid achter ons heb­ ben gelaten. Mogen wij als pasgeboren kinderen worden! Mogen wij herboren worden, 0 'Wakan-Tanka'!"

Er wordt dan water over de gloeiende stenen gesprenkeld, vier keer voor de krachten der vier windstreken. Terwijl de stoom opstijgt, zingen wij een lied of een eenvoudige melodie, omdat dit ons helpt het mysterie der dingen te doorgronden. Weldra wordt de hut voor de tweede keer geopend. Dit staat gelijk aan de komst van de zuiverende Kracht van het Noorden, maar we aanschouwen hier ook het licht dat de duisternis vernietigt, zoals wijsheid onwetendheid verdrijft. De leider aan de Oostkant van de hut krijgt vervolgens water, dat hij de mannen in de kring aanbiedt. Daarbij benoemt hij telkens de relatie die hij met ieder van hen onderhoudt, zoals ik dat eerder heb beschreven. Daarna wordt de pijp opnieuw de hut binnengebracht en overhandigd aan de persoon die aan de Noordkant zit. Deze biedt de pijp aan de zes richtingen aan, ontsteekt hem, en laat hem na een paar trekjes te hebben genomen (waarbij hij de rook over zijn lichaam uitwrijft) de kring rondgaan. Als alle 'Kinnikinnick' is opgerookt, wordt de pijp aan de Noordkant van de hut gezuiverd. De as wordt naast de centrale offerplaats neergelegd. Dan wordt de pijp overhandigd aan de helper, die hem opnieuw vult en tegen de aard hoop aanlegt. Dit keer wijst de steel naar het Oosten, omdat we nu de kracht van deze windstreek gaan inroepen. Dan wordt de hut opnieuw afgesloten en de man die aan de Oostkant zit, doet nu zijn stem in gebed opgaan. "0 Grote Geest, 'Wakan-Tanka', ik heb zo even de dag en het licht dat leven geeft aanschouwd. Daar waar de zon opkomt, hebt gij de kracht der wijsheid aan de Morgenster gegeven. De Gevleugelde die dit pad bewaakt, heeft een lange adem en met de twee heilige dagen die gij hem hebt gegeven, 0 'Wakan-Tanka', heeft hij het pad van het volk bewaakt. 0 gij, bewaker van dat pad waar de zon op­ komt, zie op ons neer met uw rode en blauwe dagen en help ons onze stemmen naar 'Wakan-Tanka' te doen opgaan! 0 gij, Alwetende, laat ons in uw kennis delen, opdat onze harten verlicht mogen worden en wij alles wat heilig is leren kennen! 0 Morgenster, gij die waakt over de plek waar de zon opkomt. Gij beschikt over de kennis waarnaar wij dorsten. Sta ons bij onszelf en het volk te zuiveren, zodat onze nakomelingen het heilige pad niet in duisternis hoeven te bewandelen. Gij leidt de voort­ schrijdende dageraad en ook de dag die daarop volgt met zijn licht dat kennis is. Dit doet gij voor ons en voor alle volkeren ter wereld, zodat zij het wakan pad waarover zij wandelen duidelijk voor zich zien, alles wat heilig is leren kennen en zich op gewijde wijze kunnen vermenigvuldigen!"


Klik op de afbeelding om naar onze dochter website "Kracht- en Totemdieren" te gaan:

Mitakuye Oyasin.

(We are all related)