The Native Circle.

Mitayue Oyasin.

"Als we ons naar het midden van de kring begeven, moeten we allemaal huilen, want we mogen niet vergeten dat alle wezens die in deze wereld geboren zijn leed en tegenslag moeten verdragen. We zullen nu ontberingen gaan lijden in het middelpunt van de heilige kring en door dit te doen nemen we een groot deel van het lijden van ons volk op ons." De mannen verklaarden daarna één voor één welke beproevingen ze zouden doorstaan, waarbij 'Strekt-zich-uit' als eerste zijn eed zwoer: "ik zal mijn lichaam vasthaken aan de teugels van de Grote Geest die hier op aarde neerhangen. Dat zal mijn offer zijn." Ik denk dat ik hier moet uitleggen dat het vlees de onwetendheid vertegenwoordigt. Als we dansen, rukken we deze teugels los uit de huid en is het alsof we worden bevrijd van de banden van het vlees. Het is te vergelijken met het temmen van een jonge hengst: eerst heb je een halster nodig, maar wanneer zijn wil is gebroken, wordt het touw overbodig. Ook wij zijn jonge hengsten als we beginnen te dansen, maar al snel wordt onze wil gebroken en onderwerpen wij ons aan de Grote Geest.

De tweede danser sprak: "Ik zal mezelf vastbinden aan de vier krachten der wereld die 'Wakan-Tanka' heeft geschapen."  Hier staat de danser daadwerkelijk in het middelpunt, want hij bevindt zich tussen vier palen. Vanaf deze palen hangen leren riemen, die door de huid van zijn schouders, borst en rug worden geregen. Daar danst hij, totdat zijn vlees het begeeft en de riemen uit zijn lichaam worden gerukt. Vervolgens legde de derde danser zijn gelofte af: "Ik zal vier van mijn nauwste verwanten dragen, te weten de oude en eerbiedwaardige bizon."  De danser bedoelde hiermee dat er vier riemen door de huid van zijn rug zouden worden gehaald, waaraan de bizonschedels zouden worden vastgemaakt. Deze vier banden stellen de trekkracht der onwetendheid voor, die we altijd achter ons moeten laten als we het licht der waarheid willen aanschouwen dat vóór ons ligt. De vierde danser sprak: "Ik zal twaalf stukken van mijn vlees aan de voet van de heilige boom achterlaten. Eén daarvan zal zijn voorbehouden aan onze Grootvader 'Wakan-Tanka', één aan onze vader 'Wakan-Tanka', één aan onze Grootmoeder Aarde en één aan onze Moeder Aarde. Vier stukken vlees zal ik achterlaten voor de Krachten der vier windstreken, één voor de Gevlekte Adelaar, één voor de Morgenster, één voor de maan en één voor de zon."  De vijfde danser verklaarde: "Ik zal acht stukken van mijn vlees offeren. Twee voor 'Wakan-Tanka', twee voor de aarde en vier voor de Krachten der vier windstreken."  De zesde danser zei: "Ik zal bij de heilige boom vier stukken van mijn vlees achterlaten. Eén ervan zal voor 'Wakan-Tanka' zijn, één voor de aarde waarop wij ons bewegen, één voor het volk, opdat het met vastberaden tred zal kunnen lopen, en één voor de gevleugelde van het universum."  De zevende danser deed zijn gelofte: "Ik zal één stuk vlees achterlaten voor 'Wakan-Tanka' en één voor de aarde."  Toen zwoer de achtste danser, een vrouw, haar eed: "Ik zal één stuk van mijn vlees aan 'Wakan-Tanka' offeren en aan alle bewegende dingen in het universum, opdat zij hun krachten aan het volk zullen afstaan, zodat het met zijn nakomelingen het rode pad des levens kan bewandelen."

Toen alle dansers hun geloften hadden afgelegd, gaf 'Strekt-zich-uit' hun opdracht zichzelf te zuiveren door hun gezicht en de rest van hun lichaam met salie in te wrijven: "Want" zo zei hij, "we staan nu op het punt een heilige plaats te betreden waar zich een boom verheft die net als de pijp hemel en aarde verbindt. Wij moeten het middelpunt waardig naderen!"  Het hele volk had zich ondertussen buiten de heilige hut van de zonnedans verzameld, terwijl de zangers en de vrouwen die de dansers zouden helpen de hut al hadden betreden en aan de zuidkant plaats hadden genomen. Ze droegen allemaal kransen om hun voorhoofd en hielden twijgjes van een heilige plant vast. Toen arriveerden de dansers onder aanvoering van de vrouw die de heilige pijp droeg, gevolgd door 'Strekt-zich-uit' die de bizonschedel meevoerde. De rij werd gesloten door de helpers die alle benodigdheden droegen. Deze hele stoet liep langzaam om de hut heen, met de richting van de zon mee, terwijl iedereen onophoudelijk en onderdanig weeklaagde: "0 'Wakan-Tanka', wees mij genadig, opdat mijn volk moge leven. Hiervoor offer ik mijzelf."

Terwijl de dansers zongen, huilden de omstanders, want zij vormden het volk waarvoor de dansers zouden lijden. De dansers betraden de hut aan de Oostkant, en nadat zij met de richting van de zon mee een rondgang hadden gemaakt, namen zij hun plaatsen aan de Westkant in. Daarna legde 'Strekt-zich-uit' de bizonschedel tussen de dansers en de heilige boom, waarbij het neusbeen van de schedel naar het Oosten wees. Recht voor zich zette hij het rek van de drie blauwe gevorkte stokken, en hierop legde de vrouw de heilige pijp neer. Vervolgens hieven de zangers een van de heilige liederen aan: "Wees mij genadig, 'Wakan-Tanka'. Wij willen leven! Daarom doen wij dit! Ze zeggen dat er een bizonkudde op komst is, die is nu dichtbij! De kracht van de bizon komt over ons, want die is nu al hier!"

Na afloop van dit lied huilde heel het volk, en de rest van de dag en de daaropvolgende nacht dansten zij. Deze dans van de eerste nacht staat voor de duisternis der onwetendheid waarin wij verkeren, want wij zijn nog niet waardig het licht van de Grote Geest te aanschouwen dat ons bij het aanbreken van de nieuwe dag zal beroeren. Eerst moeten we lijden en onszelf zuiveren voordat we waardig bij 'Wakan-Tanka' kunnen verblijven. Net voor zonsopgang werd de dans beëindigd en legden de dansers, of hun familieleden, buiten de hut bij elk van de vier windstreken offergaven neer. Bij zonsopgang betraden de dansers opnieuw de hut. Onder hen bevond zich de bewaarder van de heilige pijp. 'Strekt-zich-uit' had hem gevraagd een gewijde offerplek te maken, maar de heilige man zei: " 'Strekt-zich-uit', omdat het jouw visioen is, moet jij zelf de offerplek maken. Ik zal je wel als je met het hele ritueel klaar bent, een gebed uitspreken."  Zodoende was het 'Strekt-zich-uit' die de heilige plek in gereedheid bracht. Eerst maakte hij voor zich op de grond een cirkel vrij, en daarin legde hij een gloeiend stuk houtskool. Terwijl hij een pluk sweetgrass boven zijn hoofd hield, sprak hij een gebed. "0 Grootvader, 'Wakan-Tanka', het is uw heilige gras dat ik hier in het vuur leg. De rook van dat gras zal zich over de gehele wereld verspreiden en zelfs tot in de hemel reiken. De viervoeters, de gevleugelde en alle dingen zullen deze rook herkennen en zich verheugen. Moge deze offergave helpen alle dingen en alle wezens verwanten van ons te maken. Mogen zij ons allemaal hun kracht af­ staan, opdat wij de moeilijkheden die ons te wachten staan het hoofd kunnen bieden. Zie toe, 0 'Wakan-Tanka', ik leg dit sweetgrass in het vuur en de rook zal naar u opstijgen."

Terwijl 'Strekt-zich-uit' de rook deed opstijgen, zong hij dit lied: "Ik maak gewijde rook. Op deze wijze maak ik rook, moge alle volkeren dit aanschouwen! Ik maak gewijde rook, laat een ieder aandachtig toekijken! De gevleugelde en de viervoeters, mogen zij aandachtig toekijken! Op deze wijze maak ik de rook. In het hele universum zal blijdschap heersen!"  Het mes waarmee het vlees van de dansers zou worden doorboord, werd nu boven de rook gezuiverd, evenals een kleine stenen bijl en een klein beetje aarde. 'Strekt-zich-uit' kon toen de heilige offerplaats in gereedheid gaan brengen, maar eerst sprak hij een gebed. "0 Grootvader,'Wakan-Tanka', dit zal uw heilige plek zijn. Als ik deze offerplaats heb gemaakt, zullen de vogels in de hemelen en alle andere schepselen der aarde blij zijn. Zij zullen uit alle richtingen hierheen komen om deze plek te aanschouwen! Alle generaties van mijn volk zullen zich verheugen! Deze plek zal het kruispunt zijn van de paden der vier grote Krachten. De dageraad zal deze heilige plek aanschouwen! Als uw licht nadert, 0 'Wakan-Tanka', zal alles wat in het universum beweegt met blijdschap worden vervuld!"  Een paar korrels gezuiverde aarde werden aan de hemel en de aarde aangeboden, en in het midden van de heilige kring gelegd. Andere korrels werden aan het Westen, Noorden, Oosten en Zuiden aangeboden, en aan de Westkant van de cirkel gelegd. Op dezelfde wijze werd aarde neergelegd bij de andere drie richtingen en tot slot werd al deze aarde gelijkmatig over de gehele cirkel verdeeld. Deze aarde vertegenwoordigt de tweevoeters, de viervoeters, en alles wat beweegt in het universum of zich daarin ophoudt.

Op deze heilige plek begon 'Strekt-zich-uit' toen de offerplaats te maken. Eerst nam hij een stok, wees daarmee naar de zes richtingen, en bracht er een kleine cirkel in het midden van de grote cirkel mee aan. Deze kleine cirkel is voor ons de woonplaats van 'Wakan-Tanka'. Nadat hij opnieuw met de stok naar de zes richtingen had gewezen, trok 'Strekt-zich-uit' een lijn vanuit het Westen naar de rand van de cirkel. Op dezelfde wijze trok hij een lijn vanuit het Oosten naar de rand van de cirkel en toen vanuit het Noorden en Zuiden. Door de offerplaats aldus op te bouwen, wordt ons duidelijk dat alles naar het middelpunt leidt of ernaar terugkeert. Dit middelpunt is hier in ons midden, maar we weten natuurlijk dat het in feite overal is; het is 'Wakan-Tanka'. Vervolgens nam 'Strekt-zich-uit' een bosje salie, en bood dit aan 'Wakan-Tanka' aan, onderwijl een gebed sprekend. "0 'Wakan-Tanka', aanschouw ons! Na de tweevoeters staat 'Tatanka', (de bizon) aan het hoofd van alle viervoeters. Aanschouw hier zijn uitgedroogde schedel, die ons eraan herinnert dat ook wij ooit slechts schedel en botten zullen zijn. Zo zullen wij allen tezamen het heilige pad bewandelen dat ons terugvoert naar 'Wakan-Tanka'. Als het einde van onze dagen aanbreekt, wees ons dan genadig, 0 'Wakan-Tanka'. Hier op aarde leven wij naast de bizon, en wij zijn hem dankbaar, want hij geeft ons voedsel en hij maakt het volk gelukkig. Daarom geef ik nu gras aan de bizon, die zo verwant aan ons is."

'Strekt-zich-uit' maakte daarna aan de Oostkant van de heilige offerplaats een klein bedje van salie. Terwijl hij de bizonschedel bij de horens beet greep en naar het oosten keek, zong hij een lied. "Ik geef de bizon gras, Moge het volk dit aanschouwen, Opdat het zal leven!"  Daarna wendde hij zich met de schedel naar het Westen, en zong: "Tabak geef ik de bizon, Moge het volk dit aanschouwen, Opdat het zal leven!"  Toen keerde hij zich naar het Noorden, en zong: "Een kleed geef ik de bizon, Moge het volk dit aanschouwen, Opdat het zal leven!"  Tenslotte draaide hij zich om naar het Zuiden, en zong: "Verf geef ik de bizon, Moge het volk dit aanschouwen, Opdat het zal leven!"  Toen boog 'Strekt-zich-uit' zich over de salie heen, en zong: "Water zal ik de bizon geven, Moge het volk dit aanschouwen, Opdat het zal leven!"

De bizonschedel werd vervolgens met het neusbeen naar het oosten op het bed van salie neergelegd, waarna 'Strekt-zich-uit' kleine bolletjes salie in de oogkassen stopte en een klein zakje tabak aan de in zuidelijke richting wijzende hoorn bond. Bovendien bevestigde hij een stuk hertenhuid aan de hoorn die naar het noorden wees, want dit stuk huid staat voor het kleed dat de bizon was aangeboden. Daarna schilderde 'Strekt-zich-uit' een rode lijn om de bizonkop en een tweede rode lijn vanaf de bovenkant van de schedel naar het uiteinde van het neusbeen. Terwijl hij schilderde, sprak 'Strekt-zich-uit': "Jij, 0 bizon, bent de aarde! Mogen wij dit en alles wat ik hier heb gedaan, begrijpen. 'Hetchetu welo'!" (Het is goed!) Toen alle gaven aan de bizon waren aangeboden, liepen de dansers rond de hut en bleven in de deuropening staan. Hun gezichten waren naar het Oosten gewend, zodat ze de opgaande zon konden begroeten. "Aanschouw deze mannen, 0 'Wakan-Tanka'," bad 'Strekt-zich-uit', terwijl hij zijn rechterhand ophief. "Het gezicht van de dageraad zal hun ogen ontmoeten. De dag die komen gaat, zal samen met hen lijden. Het zal een heilige dag worden, want gij, 0 'Wakan-Tanka', gij zijt hier aanwezig!"  Toen de zon boven de kim rees, neurieden de dansers op gewijde wijze, en 'Strekt-zich-uit' hief één van zijn heilige liederen aan: "Het licht van 'Wakan-Tanka' rust op mijn volk, Het verlicht de hele wereld! Mijn volk is nu gelukkig, Alle wezens die bewegen, verheugen zich!"

Terwijl de mannen neurieden en 'Strekt-zich-uit' zijn heilig lied zong, dansten zij allen. Tijdens het dansen bewogen zij zodanig, dat zij eerst naar het Zuiden keken, dan naar het Westen en dan naar het Noorden. Toen zij weer naar het Oosten moesten kijken, wendden ze hun gezichten echter naar de heilige boom in het midden. Nadat het gezang en getrommel verstomd waren, begaven de dansers zich naar de Westkant van de hut alwaar zij zich te rusten legden op de bedden van salie die al voor hen in gereedheid waren gebracht. De helpers wreven met hetzelfde kruid de verf van de lichamen van de dansers. Hun hoofden werden getooid met kransen van salie en adelaarsveren. Ook de vrouwen droegen adelaarsveren in hun haar. Wij dragen bij iedere zonnedans kransen van salie op ons hoofd, want dat is een teken dat onze geest en ons hart dicht bij 'Wakan-Tanka' en diens Krachten zijn. De kransen stellen immers de hemellichamen voor, zoals de zeer heilige en zeer mysterieuze sterren en planeten. 'Strekt-zich-uit' vertelde de dansers toen hoe zij zichzelf moesten beschilderen. Boven hun middel moesten ze hun lichaam rood verven. Ook hun gezicht moesten ze rood schilderen, want die kleur staat voor alles wat heilig is, in het bijzonder de aarde. We dienen immers altijd te onthouden dat onze lichamen uit de aarde zijn voortgekomen en er ook naar zullen terugkeren.


Klik op de afbeelding om naar onze dochter website "Kracht- en Totemdieren" te gaan:

Mitakuye Oyasin.

(We are all related)