The Native Circle.

Mitayue Oyasin.

Al het voedsel dat aan de ziel zal worden meegegeven, wordt buiten de tent gelegd. De vrouwen vergaren het en brengen het de tent binnen. Inmiddels is aan de Zuidkant van de tent een manshoge wilgenstam opgericht. Aan de spits van deze paal wordt een stuk hertenleer vastgemaakt, waarop een gezicht is geschilderd. Boven dit gelaat is een oorlogshoofdtooi geplaatst en rondom de paal is een bizonvacht gedrapeerd. Deze figuur vertegenwoordigt de ziel. Zijn pijl en boog, zijn messen en al zijn andere bezittingen worden rondom de paal opgestapeld. Nadat de vrouwen met het voedsel zijn binnengekomen, maken zij met de richting van de zon mee een rondgang door de tent. Aan de Zuidkant houden ze stil, en omhelzen om beurten de 'Zielenpaal'. Nadat ze hun voedsel hebben neergezet, verlaten zij de tent. Van alle etenswaren die voor de ziel zijn gebracht, wordt een klein deel in een houten kom gedaan. Deze wordt neergezet voor de twee heilige mannen die aan de westkant van de tent zitten. Ver­ volgens komen de vier reine maagden de tent binnen. Zij nemen hun plaats aan de noordkant van de tent in, want de kracht van deze windstreek is zuiverheid. Dan staat de bewaarder van de pijp op om de ziel toe te spreken. "Jij, 0 ziel, bent de 'Hokshichankiya', (de spirituele kracht) ons zaad! Jij bent als de wortel van de 'Wakan' boom die in het midden van de kring van het volk staat. Moge deze boom bloeien! Mogen ons volk en de volkeren der gevleugelde en viervoeters allemaal tot bloei komen! 0 ziel, jouw getrouwen hier hebben voedsel voor je meegebracht dat je weldra zult kunnen eten, en hierdoor zal het volk doordrongen raken van goedheid. 0 ziel, 'Wakan-Tanka' heeft jou vier familieleden gegeven, de maagden die daar zitten. Zij vertegenwoordigen onze ware familieleden: Grootvader en Vader, 'Wakan-Tanka', en Grootmoeder en Moeder, 'Maka'. (de aarde) Blijf denken aan deze vier verwanten, die eigenlijk één zijn. Als je het weidse pad bewandelt, zie dan met hen in gedachten naar je volk!"

Aan de voet van de 'Zielenpaal' wordt een klein gat gegraven en de bewaarder van de pijp houdt de houten kom, waarin zich het gezuiverde voedsel bevindt, in de richting van dit gat, terwijl hij de ziel dus toespreekt: "Je zult zo aanstonds dit 'Wakan' voedsel eten. Als het in je mond is gebracht, zal het zijn invloed verspreiden en zal het ervoor zorgen dat de vruchten van onze Moeder, de aarde, zullen groeien en gedijen. Jouw Grootmoeder is 'Wakan'. Terwijl wij dit voedsel naar je mond brengen, weten wij ons gedragen door haar, Vergeet ons niet eer je op weg gaat naar 'Wakan-Tanka', maar zie naar ons om!" Het voedsel wordt in het gat gelegd en daaroverheen wordt sap wilde kersen uitgegoten, want dit sap is het water des levens. Het gat wordt daarna met aarde toegedekt, aangezien de ziel haar laatste maaltijd tot zich heeft genomen. De vier maagden treffen vervolgens voorbereidingen om het heilige bizon vlees te eten en het kersensap te drinken, maar eerst wordt het voedsel boven de rook van het zoete gras gezuiverd. Daarna richt de bewaarder van de pijp zich tot de maagden: "Kleinkinderen, jullie zullen nu de 'Hokshichankiya' (de spirituele kracht) van de ziel ontvangen, waardoor jullie zelf en jullie vruchten altijd 'Wakan' zullen zijn. Kleinkinderen, vergeet niet jullie voedsel en alles wat je bezit te delen, want de wereld zal altijd behoeftige, wezen en oude mensen kennen. Maar bovenal, mijn kleinkinderen, vergeet nooit jullie vier verheven familieleden, die bij deze plechtigheid door jullie worden vertegenwoordigd hier op aarde! Jullie zullen nu eten en drinken van de heilige vruchten van Moeder Aarde en hierdoor zullen jullie zelf en jullie vruchten 'Wakan' worden. Vergeet dit nooit, mijn kinderen!" Dan pakt de bewaarder van de pijp de kom met voedsel op. Telkens als hij voedsel naar de mond van een maagd brengt, zegt hij: "Ik plaats dit voedsel in jouw mond. Het is zoet en geurig en 'Wakan'! Het volk zal je nageslacht aanschouwen!"  Vervolgens bukken de vier maagden zich om het sap te drinken van de wilde kersen uit de houten kom die op de grond staat. Als zij klaar zijn met eten en drinken, zegt de bewaarder tegen hen: "Kleinkinderen, alles wat wij hier vandaag hebben gedaan is 'Lela Wakan', (zeer heilig.) want alles is uitgevoerd volgens de aanwijzingen van de heilige vrouw, die tevens een bizon was en ons onze zeer heilige pijp heeft gebracht. Zij vertelde ons dat zij vier tijdperken omvatte. Ook jullie, kleinkinderen, omvatten deze tijdperken. Laat dit goed tot je doordringen, want het is belangrijk. Wat wij hier van­ daag verrichten, is groots. Dat is het zeker! 'Hetchetu Welo'!"

De bewaarder van de pijp maakt daarna een ommegang in zuidelijke richting en terwijl hij de 'Zielenbundel' oppakt, spreekt hij die aldus toe: "Kleinkind, jij staat op het punt een grote reis te ondernemen. Jouw vader en moeder en al je andere verwanten hebben je liefgehad. Weldra zullen zij gelukkig zijn." Dan omhelst de vader van het kind de heilige bundel door deze tegen zijn linker- en rechterschouder te drukken, waarna de bewaarder zich in de volgende bewoordingen tot hem richt: "Jij hield van jouw zoon en je hebt hem in het midden van de kring van ons volk bewaard. Zo goed als jij voor je geliefde kind hebt gezorgd, zo moet je alle anderen ook bejegenen! De heilige invloed die van de ziel van jouw zoon uitgaat, zal zijn uitwerking hebben op ons volk. Dit is als een boom die altijd zal bloeien."  Vervolgens maakt hij een ommegang in Noordelijke richting en nadat hij iedere maagd met de heilige bundel heeft aangeraakt, zegt hij: "Dit is de boom die is uitverkoren om het middelpunt te vormen van de heilige kring! Moge hij altijd op een 'Wakan' wijze groeien en bloeien!"  Terwijl hij de bundel ten hemel heft, roept hij: "Zie altijd om naar jouw volk, opdat dit het heilige pad met vastberaden schreden zal afleggen!" Op weg naar de uitgang van de tent herhaalt de bewaarder deze zin tot vier maal toe. Bij de vierde keer staat hij vlak voor de tent stil en schreeuwt met schrille stem: "Aanschouw je volk! Zie ernaar om!" Op het moment dat de bundel de tent verlaat, is de ziel vrij. Zij is over het 'Geestenpad' naar 'Wakan-Tanka' vertrokken!'  Zodra de ziel de bundel met de haarlok heeft verlaten, is deze niet langer bijzonder 'Wakan'. Als zij dat willen, kunnen de familieleden de bundel met de lok als aandenken bewaren. De vier heilige maagden krijgen elk een bizonhuid, waarna ze de tent onmiddellijk na de bewaarder van de pijp verlaten. Hiermee is het ritueel beëindigd. Alle mensen in het kamp juichen van blijdschap. Zij verdringen zich om de vier maagden aan te en die 'Lela Wakan' (zeer heilig) zijn. Dit zullen ze altijd blijven en hierdoor zullen ze het volk kracht geven. Er worden geschenken uitgedeeld er de armen en minderbedeelden en iedereen viert feest en is. Het is inderdaad een goede dag. 'Hetchetu welo!'.


Klik op de afbeelding om naar onze dochter website "Kracht- en Totemdieren" te gaan:

Mitakuye Oyasin.

(We are all related)