The Native Circle.

Mitayue Oyasin.

Hanblecheyapi. (Het smeken om een visioen.)

Het ritueel van 'Hanblecheyapi', (Het smeken om een visioen.) was net zoals de zuiveringsriten van de Inipi reeds lang voor de komst van onze zeer heilige pijp in zwang. Deze manier van bidden is uitermate belangrijk en vormt het hart van onze religie, want we hebben er vele goede dingen aan te danken, niet in de laatste plaats de vier grootse rituelen die ik later zal beschrijven. Iedereen kan smeken of weeklagen om een visioen. In vroeger dagen weeklaagden we allemaal, zowel mannen als vrouwen. Wat de weeklacht oplevert, is voor een deel afhankelijk van de inborst van degene die het ritueel uitvoert. Alleen zij die daarvoor in aanmerking komen, ontvangen namelijk de grootse visioenen die ons volk kracht en gezondheid geven nadat ze door onze heilige man zijn geïnterpreteerd. Iemand die wil weeklagen kan het niet zonder hulp en advies van een 'Wichasha Wakan' (heilige man) stellen, omdat het ritueel op de juiste manier moet worden uitgevoerd. Wanneer dat niet gebeurt, kunnen er verschrikkelijke dingen gebeuren. Er kan zelfs een monsterlijke slang opduiken die zich om de weeklager heen slingert.

U heeft allen gehoord van ons grote leider en priester 'Tashunka Witko' (Garzy Horse) wat zoveel betekent als 'Steigerend Paard', maar misschien weet u niet dat hij zijn kracht grotendeels te danken had aan de weeklachten die hij vele malen per jaar uitte, zelfs in winters, wanneer het zeer koud was en het moeizaam ging. Hij ontving visioenen van de Steen, de Schaduw, de Das, een steigerend paard, (waaraan hij zijn naam dankt) de Dag en ook van 'Wanbli Galeshka'. (de Gevlekte Adelaar) Aan al deze visioenen heeft hij veel kracht en heiligheid ontleend. Er zijn vele redenen om op een eenzame bergtop te gaan weeklagen. Sommige jonge mannen krijgen een visioen als zij nog erg jong zijn en het helemaal niet verwachten; Daarna gaan zij pas weeklagen om hun visioen beter te begrijpen. Verder weeklagen we om moed te verzamelen voor een grote beproeving zoals de zonnedans, of om ons voor te bereiden wanneer we op oorlogspad gaan. Sommige mensen weeklagen teneinde de Grote Geest om een gunst te vragen, zoals de genezing van een ziek familielid. We weeklagen ook wanneer we de Grote Geest willen bedanken voor geschenken die hij ons heeft doen toekomen. Maar de belangrijkste reden van onze weeklachten is misschien wel gelegen in het feit dat het smeken om een visioen ons helpt te beseffen dat wij één zijn met de dingen, dat zij alle aan ons verwant zijn. Voor al deze dingen bidden wij tot 'Wakan-Tanka', opdat hij ons kennis schenkt omtrent zichzelf; de bron van alle dingen die tevens al deze dingen overstijgt.

Ook onze vrouwen weeklagen, nadat zij zich eerst gezuiverd hebben tijdens de 'Inipi' (zweethut). Zij worden door andere vrouwen geholpen, maar beklimmen geen hoge, verlaten berg. Zij beklimmen een heuvel in de vallei, want zij zijn vrouwen en hebben bescherming nodig. Wanneer iemand wil smeken om een visioen, gaat hij met een gevulde pijp naar een heilige man. Als hij diens tipi binnengaat, wijst de steel van de pijp naar voren. Vervolgens gaat hij tegenover deze oude man zitten die als gids zal optreden bij het ritueel. De weeklager legt de pijp op de grond. De steel wijst daarbij in zijn eigen richting, want hij is degene die kennis wil verwerven. De heilige man heft zijn handen op naar 'Wakan-Tanka' en naar de vier windstreken, waarna hij de pijp oppakt en de weeklager vraagt wat hij wil. "Ik wil smeken om een visioen en ik wil mijn pijp aanbieden aan 'Wakan-Tanka'. Ik heb jouw hulp en begeleiding nodig en ik vraag je namens mij een stem te doen opgaan naar de krachten hierboven." Hierop antwoordt de oude heilige man: "How!". Vervolgens verlaten ze de tipi en nadat ze een eindje hebben gelopen, wenden zij hun gezichten naar het westen, waarbij de jonge man aan de linkerkant van de heilige man staat. Anderen die toevallig in de buurt zijn, sluiten zich bij hen aan. Alle aanwezigen heffen hun rechterhand op en de oude heilige man bidt, terwijl hij met de steel van de pijp naar de hemel wijst.

"Hee-ay-hay-ee-ee! Hee-ay-hay-ee-ee! Hee-ay-hay-ee-ee! Hee-ay-hay-ee-ee! Grootvader, 'Wakan-Tanka', gij komt op de eerste plaats en vóór u was er niemand! Alles behoort u toe. Gij bent het die alle dingen hebt geschapen! Naar u, de enige, doen wij een stem opgaan. Deze jongeling hier is in moeilijkheden en wenst u deze 'Chanupa' (pijp) aan te bieden. Wij vragen u hem bij te staan! Binnen enkele dagen zal hij u zijn lichaam aanbieden. Hij zal op gewijde wijze zijn voeten neerzetten op de heilige aarde, onze Moeder en Grootmoeder. Alle krachten van de wereld, de hemel, de sterrenvolkeren en de heilige rode en blauwe dagen. Alle dingen die bewegen in het universum, in rivieren, in beekjes en in bronnen. Alle wateren, alle bomen, alle grassprieten van onze Grootmoeder en alle heilige vol­ keren van het universum: luister! Deze jongeling zal vragen om een heilige band met jullie allen; een band die door zijn nakomelingen op gewijde wijze zal worden versterkt. 0 gij Gevleugelde, bewaker van onze heilige pijp op de plek waar de zon ondergaat, sta ons bij! Help ons deze pijp aan 'Wakan-Tanka' aan te bieden, zodat hij deze jongeling zijn zegen kan gevent."  Hierop roepen alle aanwezigen "How!", waarna ze in een kring op de grond gaan zitten. De oude man offreert de pijp aan de zes richtingen, ontsteekt hem en geeft hem eerst door aan de jonge man die gaat smeken om een visioen. De weeklager heft de pijp in gebed omhoog, waarna de pijp de kring rondgaat en wordt opgerookt. Dan komt de pijp terug bij de heilige man, die hem reinigt en zuivert en teruggeeft aan de jonge man. Hij vraagt hem wanneer hij wil weeklagen en hierna wordt een bepaalde dag vastgesteld.

Als deze bewuste dag is aangebroken, draagt de jongeling slechts een bizonvacht, zijn lendendoek en mocassins. Hij begeeft zich met de pijp naar de tipi van de heilige man. Jammerend gaat hij de tipi binnen, waar hij zijn rechterhand op het hoofd van de oude man legt en zegt: "Unshe ma la ye!". (Wees mij genadig!) Dan legt hij de pijp voor de oude heilige man neer en vraagt hem om hulp. De oude man antwoordt: "Wij weten allemaal datje deze heilige pijp hebt meegebracht om je smeekbeden kracht bij te zetten. Ik wil je helpen, maar dan mag jij nooit vergeten wat ik je nu ga vertellen. De komende winters moet je de opdrachten en adviezen die ik je nu zal geven met je meedragen. Je kunt één tot vier dagen weeklagen, en als je wilt zelfs langer. Hoeveel dagen kies je?"

De jong man antwoord: "Ik kies twee dagen." "Goed!" vervolgd de oude heilige man; "Dit is watje te doen staat: eerst moetje een 'Inipi' (zweethut) opzetten waarin we onszelf zullen zuiveren. Hiervoor kies je twaalf of zestien jonge wilgen. Voordat je de wilgen omhakt, moet je ze wel eerst tabak aanbieden. Wanneer je voor de bomen staat, dien je te zeggen: Er zijn vele soorten bomen, maar ik heb jullie uitgekozen om mij te helpen. Jullie zal ik meenemen, maar op jullie plek zullen andere wilgen verrijzen! Dan neem je deze bomen mee naar de plek waar we de hut zullen opzetten. Op gewijde wijze moet je ook stenen en salie verzamelen. Je moet één bundel maken van vijflange stokken en vijf bundels van twaalf kortere stokken. Deze zullen allemaal als offergaven dienen. Deze stokken plaats je in de 'Inipi' (zweethut) tegen de Westkant, totdat we klaar zijn om ze te zuiveren. De andere benodigdheden zijn: 'Kinnikinnick', een tabaksnijplank, hertenleer voor de offersbuidels waarin de tabak wordt bewaard, sweetgrass, een buidel heilige aarde, een mes en een stenen bijl. Al deze dingen moet je zelf verzamelen en wanneer je zover bent dat je ze alle hebt verzameld, zullen we onszelf zuiveren. 'Hetchetu Welo'!" (het zij zo!)

Wanneer de zuiveringshut klaar is en alle benodigdheden zijn aangedragen, betreedt de heilige man de hut, en gaat aan de west­ kant ervan zitten. Vervolgens komt de weeklager binnen, die aan de Noordkant gaat zitten. Dan komt er een helper binnen die even ten zuiden van de heilige man gaat zitten. Er wordt een koude steen de hut binnengebracht, die ten Noorden van de centrale offerplaats wordt neergelegd en met een kort gebed van de heilige man wordt gezuiverd. Een helper draagt de steen daarna weer naar buiten. Dit is de eerste steen die in het 'Peta owihankeshni' (eeuwige vuur) wordt gelegd dat ten Oosten van de hut zal worden ontstoken. Iets ten Oosten van de centrale offerplek in de zuiveringshut graaft de helper een heilige kuil, waarin hij een smeulend stuk houtskool neerlegt. De heilige man wendt zich nu naar het Oosten en terwijl hij zich over de houtskool buigt, houdt hij een pluk sweetgrass omhoog en spreekt een gebed uit. "0 Grootvader, 'Wakan-Tanka', aanschouw ons! Op de heilige aarde leg ik uw kruid neer. De rook die boven het vuur ten hemel opstijgt zal toebehoren aan alles wat beweegt in het universum: de viervoeters, de gevleugelde en alles wat beweegt en bestaat. Hun offer zal thans aan u worden gebracht, 0 'Wakan-Tanka'! Alles wat we aanraken, zullen we heiligen!"  Terwijl het sweetgrass op de gloeiende houtskool wordt gelegd, roepen de andere twee mannen in de hut "Hi ye!" (Dank!) De heilige man steekt zijn handen in de op kringelende rook en daarna wrijft hij met zijn handen over zijn hele lichaam. Op dezelfde wijze zuiveren de weeklager en de helper zich met de heilige rook. Ook de kleine buidel met aarde wordt gezuiverd. Dan nemen de drie man oen hun posities aan de Westkant van de hut weer in . Iedere beweging wordt uiteraard met de richting van de zon mee gemaakt.

De gezuiverde aarde wordt dan zorgvuldig verspreid in de heilige kuil in het midden van de tent. Deze handeling wordt langzaam en eerbiedig uitgevoerd, want deze aarde vertegenwoordigt het gehele universum. De helper overhandigt een stok aan de heilige man, die hiermee rond de kuil de vier windstreken markeert. Eerst aan de Westkant en daarna aan de Noordkant, aan de Oostkant en aan de Zuidkant. Vervolgens wordt een kruis gemaakt door eerst van West naar Oost en dan van Noord naar Zuid lijnen op de grond te trekken. Het gaat om uiterst gewijde handelingen, want hiermee worden de vier krachten van het universum vastgelegd en tevens het middelpunt, de plaats waar 'Wakan-Tanka' zich ophoudt. Van buiten komt nu een helper de hut binnen met een stuk gloeiend houtskool en een gevorkte stok. Hij loopt langzaam en stopt vier keer. Als hij de laatste keer halt houdt, legt hij het stuk houtskool midden op het kruis. Terwijl de heilige man een pluk sweetgrass boven de houtskool houdt, bidt hij: "Mijn Grootvader, 'Wakan-Tanka', gij zijt alles. Mijn Vader, 'Wakan-Tanka', alles is van u! Ik sta op het punt uw kruid in het vuur te leggen. De geur ervan behoort u toe!"  De oude man laat het sweetgrass langzaam in het vuur vallen. De helper pakt nu de pijp op en brengt hem met de richting van de zon mee naar de oude heilige man, die hem aanneemt en dan het volgende gebed uitspreekt: "0 'Wakan-Tanka', aanschouw uw pijp! Ik houd hem boven de rook die van dit kruid opstijgt. 0 'Wakan-Tanka', aanschouw ook deze heilige kring die wij hebben gemaakt. Wij weten dat u het middelpunt hiervan bewoont. Deze cirkel zullen de komende generaties bewandelen. Alles en iedereen, de viervoeters, de tweevoeters, de gevleugelde en de vier Krachten van het universum zal deze plek, uw plek, aanschouwen."


Klik op de afbeelding om naar onze dochter website "Kracht- en Totemdieren" te gaan:

Mitakuye Oyasin.

(We are all related)