The Native Circle.

Mitayue Oyasin.

Dzunukwa, de Wilde Vrouw uit het bos.

De Kwakwaka’wakw kennen al eeuwenlang drie rijkdommen: de rijkdom van de zee, de rijkdom van het bos en koper. De rijkdom der zee is alles wat uit de oceanen komt, zoals zalm, zeewier en abalone-schelpen. De rijkdom van het bos is alles wat uit de regenwouden komt, zoals ceder, bessen en wild. Koper is de laatste rijkdom. Het wordt gemaakt door de Kopermaker, Kumugwe. Hij is de koning van de zee en heerser over alles dat onder water leeft. Kumugwe’s bighouse staat op de bodem van de oceaan en is helemaal van koper. Met zijn lichaam kan hij koper maken, daarom ruikt alles dat uit zee komt naar koper. De mensen krijgen koper van Kumugwe, maar ze kunnen het ook vinden bij de Wilde Vrouw uit het bos.

Dzunukwa leeft ergens diep in het woud. Ze is helemaal zwart en behaard. Ze heeft getuite lippen en kan alleen maar Hoe-Hoe roepen. Ze rooft kinderen om ze vet te mesten en op te eten. Het verhaal vertelt, dat ze eigenlijk een indiaanse prinses is, die trouwde met een beer. Haar moeder waarschuwde haar dat ze nooit met de beer mocht slapen. Helaas gebeurde dat toch. De prinses kreeg overal haar en ze werd zo groot als een beer; ze werd Dzunukwa.

Op een dag Liepen Baby Joe en Danzel in het bos, op zoek naar bessen. Natuurlijk had grootmoeder Audry gewaarschuwd voor Dzunukwa, de wilde Vrouw. Maar de bessen waren zo heerlijk, dat ze vergaten op te letten. Baby Joe had pas in de gaten dat er iets helemaal mis was, toen hij Danzel om hulp hoorde roepen. Geschrokken keek hij op, recht in de grote holle ogen in een zwart behaard gezicht. Voor hij wist wat er gebeurde werd hij opgetild en belandde in een grote mand, op de rug van Dzunukwa. In een hoekje van de mand vond hij Danzel, bibberend van angst. Het stonk er vreselijk. Als Dzunukwa geen kinderen had om op te peuzelen, ging haar voorkeur uit naar rotte vis. Nu rende ze door het bos om zo snel mogelijk thuis te zijn. Ze had reuze honger en was erg in haar nopjes met de vette buit, die ze in haar mand op haar rug droeg.

De broers wisten dat ze behoorlijk in de moeilijkheden zaten. Er was niemand die ze kon helpen, ze moesten zelf een manier vinden om te ontsnappen. Baby Joe ging haastig op zoek naar iets, dat hem kon helpen de mand stuk te snijden. Hij vond van alles. Hij keek zijn ogen uit naar de vele rijkdommen van het bos, die door de mand verspreid lagen. En in een hoekje van de mand, onder een stapel varens, lag koper! Een hele berg met koper, zo voor het oprapen. Als ze niet in zo’n benarde positie waren geweest, had hij een vreugdedansje gemaakt. Plotseling bedacht hij zich dat hij, net voordat hij met zijn broertje het bos in ging, een mes in zijn zak had gestopt. Wat een geluk! Hij had nooit een mes op zak, dat mocht immers niet van zijn vader.

Snel sneed hij een gat in de bodem van de mand. Eerst hielp hij Danzel voorzichtig uit de mand, daarna gooide hij zoveel mogelijk rijkdommen naar buiten en natuurlijk de berg met koper. Hij keek nog even om zich heen om te zien of hij niets vergeten had. Uiteindelijk kroop hij zelf door het gat en viel met een grote plof op de grond. Gelukkig had een bed van mos zijn val gebroken. Snel verzamelde hij alle rijkdommen en samen met Danzel deed hij er drie dagen over om weer thuis te komen.

Vader Joe en grootmoeder Audry waren buiten zichzelf van vreugde, toen ze de jongens uit het bos zagen komen. Ze hadden dagen gezocht en waren erg bang geweest dat ze Baby Joe en Danzel nooit meer zouden zien. Hun ogen vielen bijna uit hun hoofd, toen ze de rijkdommen zagen die de jongens met zich meebrachten. Vanaf dat moment hoort het Dzunukwa verhaal bij de familie van Baby Joe en Danzel.

Wil je dit verhaal graag hebben, klik dan op de link hier naast (klik hier), je krijgt dan een pdf-bestand dat je kunt opslaan.

Klik op de afbeelding om naar onze dochter website "Kracht- en Totemdieren" te gaan:

Mitakuye Oyasin.

(We are all related)