The Native Circle.

Mitayue Oyasin.

De raaf steelt het licht.

In het begin, voordat er iets op Aarde was, voor de grote vloed uit de zee het land overstroomde en zich weer terugtrok, voor er dieren over de Aarde liepen en bomen het land groen kleurden, voor de vogels tussen de bomen vlogen, ja zelfs voor er vissen, walvissen of  zeehonden in de zee zwommen, leefde er een oude man in een huis op de oever van een rivier met zijn enig kind, een dochter. Of zij zo mooi was als dennentakken tegen een lentelucht bij zonsopgang of zo lelijk als een naakte zeeslak is eigenlijk voor dit verhaal niet zo van belang, omdat het verhaal zich voornamelijk in het donker afspeelt.

In die tijd was het in de hele wereld donker; pikdonker, zo inktzwart dat je geen hand voor ogen kon zien en het was donkerder dan duizend winterstormen in het midden van de nacht, donkerder dan er ooit iets was of is geweest sinds die tijd. De oorzaak dat het zo donker was heeft te maken met de oude man in het huis bij de rivier, die een kist had waarin een kist zat, waarin een kist zat, waarin een oneindig aantal kisten zaten ieder een klein beetje kleiner dan de volgende tot uiteindelijk er een kistje was, zo klein, dat het alle licht van het universum kon bevatten.

De Raaf, die natuurlijk al bestond in die tijd, omdat hij altijd al heeft bestaan en altijd zal bestaan, was een beetje ongelukkig met situatie omdat het leidde tot een afschuwelijk en onbeholpen gestuntel, een pijnlijk botsen met objecten op zijn weg. Het vertraagde hem erg in zijn zoektochten naar voedsel en andere vleselijke pleziertjes en in zijn constante poging zich overal mee te bemoeien en dingen te willen veranderen. Uiteindelijk leidde zijn onbeholpen gestuntel hem tot dicht bij de plaats van het huis, van de oude man aan de oever van de rivier. In het begin hoorde hij een zangerige stem zachtjes mompelen. Toen hij het stemgeluid volgde, kwam hij al snel bij de muur van het huis waar hij met zijn oor tegen de planken nog net de woorden kon verstaan: "Ik heb een kist en in die kist zit een andere kist en in die kist zitten heel veel kisten en in de allerkleinste kist, zit al het licht van het universum en het is alleen van mij en ik geef het nooit van mijn leven weg, zelfs niet aan mijn dochter want wie weet, misschien is ze wel zo lelijk als een naakte zeeslak en noch zij, noch ik willen, dat ooit weten!

Het duurde maar een ogenblik voordat de Raaf besloot om het licht te stelen, maar het duurde veel langer voordat hij een manier kon bedenken om het te krijgen. Allereerst moet hij een deur vinden in het huis. Maar hoe vaak hij ook om het huis heen stuntelde of hoe vaak hij alle planken aftastte, het bleef een vlakke ononderbroken wand. Soms hoorde hij de oude man of zijn dochter het huis verlaten, om water te halen of voor een andere reden, maar ze kwamen altijd aan de andere kant in het huis terug en wanneer hij naar die kant rende, bleef de houten muur gesloten als altijd. Tenslotte ging de Raaf, ten einde raad, stroomopwaarts aan de rivieroever zitten en dacht en dacht en dacht, hoe hij het huis toch moest binnen komen. Terwijl hij daar zo zat, begon hij steeds meer te denken aan het jonge meisje die in het huis leefde en met het denken aan haar, welde er meer bij de Raaf op dan alleen zijn verbeelding.

"Het is waarschijnlijk dat ze zo lelijk is als een naakte zeeslak", zei hij tot zichzelf, "maar van de andere kant kan ze ook zo mooi zijn als dennentakken tegen een lentelucht bij zonsopgang, als er maar genoeg licht was om er een te maken." en in deze nutteloze speculatie vond hij de oplossing van zijn probleem. Hij wachtte tot de jonge vrouw, wier voetstappen hij had leren onderscheiden van die van haar vader, naar de rivier kwam om water te halen. Dan veranderde hij zichzelf in een enkele dennennaald, liet zich in het water vallen en dreef stroomafwaarts om juist op tijd gevangen te worden in de mand die het meisje in het water dompelde. Zelfs in zijn erg veranderde vorm, was de Raaf in staat tot een heel klein beetje magie, genoeg om het meisje zo dorstig te maken dat ze een grote slok water uit de mand nam en daarbij de dennennaald inslikte.

De Raaf gleed naar beneden diep in haar warme ingewanden en vond een zachte comfortabele plaats waar hij zich opnieuw veranderde, deze keer in de vorm van een heel klein mensje en ging slapen voor een lange tijd. En terwijl hij sliep groeide hij en groeide hij en groeide hij. Het jonge meisje had geen idee wat haar overkwam en natuurlijk vertelde ze niets aan haar vader die niet iets bijzonders ontdekte omdat het zo donker was, totdat hij plotseling het nieuwe lid van de familie gewaar werd toen de Raaf eindelijk triomfantelijk tevoorschijn kwam in de vorm van een baby. Hij was, of zou zijn, als iemand hem had kunnen zien, een vreemd uitziend jongetje, met een lange vooruitstekende neus en een paar zwarte veren hier en daar. Bovendien had hij de glinsterende ogen van de Raaf, die zijn gezicht een levendige en nieuwsgierige uitdrukking gaf, als er iemand was geweest die deze eigenschappen had kunnen zien. En hij was luidruchtig! Hij had een stem met een geluid van een verwend jongentje en een kwade Raaf. Toch kon hij soms geluidjes maken zo zacht als de wind door de dennentakken, met de echo van dat betoverende geluid, als een organische bel, die zo kenmerkend is voor de spraak van iedere Raaf.

Met de tijd begon de liefde van zijn opa te groeien voor dat vreemde nieuwe lid van zijn huishouding en bracht hij veel tijd door met spelen, speelgoed maken en spelletjes voor hem te verzinnen. Na een tijd toen de Raaf meer en meer de liefde en vertrouwen van de oude man voor zich wist te winnen, ging de Raaf doelbewust op zoek in het huis om uit te vinden waar het licht was verborgen. Na veel verkenningstochten door het huis was hij er van overtuigd geraakt dat het licht zat verborgen in de grote kist die stond in een hoek van het huis. Op een dag lichtte hij voorzichtig het deksel van de kist op, maar kon natuurlijk niets zien en kon alleen voelen dat er nog een andere kist in zat. Zijn grootvader echter hoorde dat hij aan zijn kostbaarste bezit kwam en dreigde de jonge dief met gruwelijke straffen als het ravenkind ooit de kist nog zou aanraken. Dit veroorzaakte een groots opgezette actie van luide protesten gevolgd door liefderijke smeekbeden waarin de Raaf nooit het licht noemde maar slechts smeekte om de kist in de kist. Die kist, zei het ravenkind, was het enige in de héééle wereld dat hem volkomen gelukkig kon maken.

Als zoveel, zo niet alle grootvaders doen sinds het begin, begon de oude man te bezwijken en gaf zijn kleinkind de buitenste kist. Dit stelde de jongen slechts een korte tijd tevreden, dus zoals al zoveel, zo niet alle kleinkinderen doen sinds het begin, begon de Raaf te smeken voor de volgende kist. Het duurde vele dagen voordat met gevlei, zorgvuldig uitgebalanceerde en goed geplande woede aanvallen,  één voor één de kisten werden verwijderd. Toen er slechts een paar kisten over waren begon een vreemde straling, nooit eerder waargenomen, de inktzwarte duisternis van het huis te verbreken en die vage vormen en schaduwen onthulde, nog te zwak om een duidelijke vorm te kunnen zien. Het ravenkind begon te smeken, met zijn meest meelijwekkende stem om voor slechts één moment dat vreemde licht te mogen vasthouden. Zijn verzoek werd direct geweigerd, maar natuurlijk met de tijd moest ook hier grootvader capituleren. De oude man pakte het licht uit de laatste kist in de vorm van een gloeiende bal en gaf het uiteindelijk aan zijn kleinzoon.

Slechts een vluchtig moment kon hij het kind zien die hij zo verwend had met liefde en genegenheid, toen de Raaf zijn vorm veranderde tot een enorme, zwart glinsterende schaduw, de vleugels gespreid en de bek wijd open, wachtend op het licht. In hetzelfde moment greep de Raaf het licht met zijn klauwen, sloeg zijn vleugels met kracht naar beneden en schoot als een pijl door het rookgat van het huis in de oneindige duisternis van de wereld. Die wereld was plotseling volkomen veranderd. In de verte waren de silhouetten van de bergen en valleien zichtbaar geworden, de rivieren weerkaatsten verblindende reflecties en overal ontwaakte leven. In de verte, achter het silhouet van de bergen, steeg een grote vogel met een machtige vleugelslag omhoog, op het moment dat het licht zijn ogen raakte. Voor de eerste keer zag de Arend zijn prooi.

De Raaf vloog verder, verheugd met zijn nieuwe bezit en genietend van de ervaring om te zien waar hij vloog in plaats van een afschuwelijk onbeholpen gestuntel en pijnlijk botsen met objecten op zijn weg. Hij genoot zo van zijn vlucht dat hij de Arend niet zag, totdat die bijna vlak boven hem was. In paniek probeerde hij aan de wrede uitgestrekte klauwen te ontsnappen en liet van schrik een groot stuk van het licht vallen. Het viel op de rotsen beneden hem en er braken heel veel splinters af. Ze stuiterden terug, hoog in de lucht en bleven daar tot op de dag van vandaag, als de maan en de sterren die de nachten verlichten.

De Arend achtervolgde de Raaf tot achter de horizon van de wereld en daar, uitgeput door de lange jacht, liet de Raaf eindelijk zijn laatste stuk licht los. Achter de horizon van de wereld dreef het licht rustig over de wolken en steeg uit boven de bergen in het Oosten. Zijn eerste stralen vonden een ingang in het rookgat van het huis bij de rivier, waar de ouden man bitter zat te huilen over het verlies van zijn kostbaar licht en het verraad van zijn kleinkind. Maar als het licht zijn huis binnenstormt, kijkt hij op en voor de eerste keer in zijn leven ziet hij zijn dochter, die al die tijd stil in een hoekje was blijven zitten kompleet verbijsterd door de vloed van gebeurtenissen. Hij zag dat zij zo mooi was als dennentakken tegen een lentelucht bij zonsopgang en begon zich weer beter te voelen.

Wil je dit verhaal graag hebben, klik dan op de link hier naast (klik hier), je krijgt dan een pdf-bestand dat je kunt opslaan.

Klik op de afbeelding om naar onze dochter website "Kracht- en Totemdieren" te gaan:

Mitakuye Oyasin.

(We are all related)